ECLI:NL:RBALM:2006:AV0531
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Breitbarth
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk verbod tot executie van onderhoudsbijdragen na inkomensdaling ex-echtgenoot
Partijen zijn gescheiden en hebben afspraken gemaakt over partner- en kinderalimentatie. De man betaalde de vastgestelde bedragen tot november 2005, maar verloor zijn baan en startte een onderneming die nog geen salaris uitkeert. Hij verzocht de rechtbank om de onderhoudsbijdragen te verlagen tot een bedrag dat hij redelijkerwijs kon betalen.
De vrouw startte executie van de alimentatievordering, waarop de man een kort geding aanspande om dit te verbieden tot de rechtbank over zijn verzoek tot wijziging heeft beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de man voldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn inkomen substantieel was gedaald en dat hij niet gehouden kon worden aan het niet-wijzigingsbeding uit het echtscheidingsconvenant.
De rechtbank stelde vast dat de man niet zelfstandig de betalingen mocht aanpassen zonder rechterlijke uitspraak, maar dat de wijziging van de bijdrage met terugwerkende kracht op het moment van inkomensdaling redelijk was. Daarom werd het executieverbod gedeeltelijk toegewezen, waarbij de te betalen bedragen werden aangepast naar € 1.195,70 voor de vrouw en € 202,20 per kind per maand. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedeeltelijk verbod tot executie van onderhoudsbijdragen met aangepaste lagere bedragen wegens substantiële inkomensdaling van de man.