ECLI:NL:RBALM:2006:AW1743
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.B. Elferink
- R.J. Jue
- H. van Ommeren
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid disciplinaire straf wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim ambtenaar
Eiseres, werkzaam bij de gemeente sinds 1992, werd door verweerder gestraft met terugplaatsing en salarisverlaging wegens vermeend ernstig plichtsverzuim rond een onrechtmatige kas. Het besluit was gebaseerd op een onderzoek van Deloitte en een advies van een bezwarencommissie.
Eiseres betwistte kennis van de kas en stelde te goeder trouw te hebben gehandeld zonder bewustzijn van onregelmatigheden. De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres op de hoogte was van de wijze waarop de kas werd gevuld. Het besluit op bezwaar ontbrak aan een deugdelijke motivering en een volledige belangenafweging.
De rechtbank oordeelde dat het enkele deelnemen aan bestedingen uit de kas zonder kennis van de onrechtmatigheid niet als plichtsverzuim kan worden aangemerkt. Daarom was het besluit niet rechtmatig en werd het vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van disciplinaire straf aan eiseres wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van plichtsverzuim.