ECLI:NL:RBALM:2006:AY5008
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring beëindiging WWB-uitkering wegens onduidelijke afstandsverklaring
Eiser ontving een WWB-uitkering die door verweerder werd beëindigd met ingang van 1 juli 2004, op grond van een verklaring van eiser tijdens een gesprek waarin hij zou hebben aangegeven geen beroep meer te willen doen op de uitkering. Eiser maakte bezwaar en na een hoorzitting verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond. Eiser ging in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat afstand doen van een recht een uitdrukkelijke en ondubbelzinnige verklaring vereist, die door de wederpartij ook als zodanig moet zijn opgevat. Gezien de emotionele toestand van eiser tijdens het gesprek en het ontbreken van een waarschuwing over de consequenties door verweerder, kon niet worden vastgesteld dat eiser daadwerkelijk afstand had gedaan van zijn recht op bijstand. Bovendien was niet gebleken dat ook de echtgenote van eiser afstand had gedaan, terwijl de uitkering volgens artikel 45 lid 4 WWB Pro normaal gesproken aan beiden wordt toegekend.
De rechtbank stelde vast dat het besluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WWB-uitkering wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.