ECLI:NL:RBALM:2006:AY9817
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Jue
- A.M.S. Kuipers
- M.E. van Wees
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring maximering maatman in Waz-uitkering wegens strijd met artikel 2 lid 1 Waz
Eiser, een directeur-grootaandeelhouder, diende een aanvraag in voor een Waz-uitkering. Verweerder stelde bij de berekening van het maatmaninkomen uit te gaan van 50 uur per week, terwijl eiser betoogde dat dit op 40 uur moest worden gesteld, conform de Arbeidstijdenwet. De rechtbank oordeelde dat eiser gehouden is aan zijn oorspronkelijke opgave van 50 uur, omdat geen objectieve gegevens het tegendeel bewezen.
Daarnaast stelde verweerder dat de maatman gemaximeerd kon worden op 38 uur per week op grond van het Schattingsbesluit 2004. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Breda die deze maximering onverbindend verklaarde wegens strijd met artikel 18 lid 1 WAO Pro, en concludeert dat deze overwegingen ook gelden voor de Waz.
De rechtbank oordeelt dat zonder wettelijke grondslag in formele zin niemand het recht op verzekering voor arbeidsongeschiktheid kan worden ontnomen door een maximering van de maatman. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en de maximering van de maatman op 38 uur wordt als strijdig met de Waz onverbindend verklaard.