ECLI:NL:RBALM:2006:AZ2584
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rikken
- Wentink
- Taalman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot moord met TBS en schadevergoeding
Op 1 augustus 2005 heeft verdachte te Enschede met voorbedachten rade het slachtoffer met een mes in de borst gestoken, waarbij zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. De rechtbank acht bewezen dat het om een poging tot moord gaat, maar verklaart niet bewezen dat er meer of anders ten laste gelegde feiten zijn gepleegd.
De psychische toestand van verdachte is uitgebreid onderzocht. Er is sprake van een gebrekkige verstandelijke ontwikkeling en een geestesstoornis, waaronder een waanstoornis die ten tijde van het delict aanwezig was. Verdachte kon het feit slechts in sterk verminderde mate worden toegerekend. Vanwege het grote recidivegevaar is TBS met dwangverpleging opgelegd.
De rechtbank legt een gevangenisstraf van drie jaar op, met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen messen worden onttrokken aan het verkeer. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €5.160 aan het slachtoffer, deels toegewezen op grond van medische kosten en smartengeld. De rechtbank wijst de vordering tot ziekenhuisdaggeld af.
Verdachte weigerde medewerking aan psychiatrisch onderzoek, waardoor het Pieter Baan Centrum onvoldoende gegevens kon verzamelen. De rechtbank baseert zich op eerdere rapporten en concludeert dat behandeling noodzakelijk is. De straf en maatregelen zijn opgelegd conform de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36f, 37a en 37b van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Almelo op 7 november 2006.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging voor poging tot moord, met gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding aan het slachtoffer.