ECLI:NL:RBALM:2006:AZ4544
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Breitbarth
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot naleving concurrentiebeding na oprichting eigen accountantskantoor
Gedaagde trad in 2000 in dienst bij Ten Kate & Huizinga als accountant met een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst. Gedaagde richtte in september 2006 een eigen accountantskantoor op terwijl hij nog in dienst was, wat volgens eiseres strijdig is met het concurrentiebeding en het verbod op nevenwerkzaamheden. Ten Kate & Huizinga vorderde in kort geding dat gedaagde en zijn vennootschap zich onthouden van activiteiten in strijd met het beding, met dwangsommen en een voorschot op boete.
Gedaagde betwistte de geldigheid van het concurrentiebeding, onder meer vanwege functiewijziging in 2002 zonder hernieuwde overeenstemming en stelde dat het beding onredelijk bezwarend is. Tevens ontkende hij feitelijk al werkzaamheden te hebben verricht voor zijn eigen kantoor en stelde dat het dienstverband in onderling overleg eerder was beëindigd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het concurrentiebeding geldig en niet onredelijk bezwarend is, dat gedaagde zich aan het beding moet houden en veroordeelde hem en zijn vennootschap tot onthouding van strijdige activiteiten met dwangsommen. Het verzoek tot voorschot op boete werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van overtreding. De reconventionele vordering van gedaagde werd eveneens afgewezen.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de kosten zijn aan gedaagde en zijn vennootschap opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld zich te onthouden van activiteiten in strijd met het concurrentiebeding met oplegging van dwangsommen, voorschot op boete wordt afgewezen.