ECLI:NL:RBALM:2006:AZ6199
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Wet op het consumentenkrediet bij geldlening zonder hypothecaire zekerheid
In deze zaak stond de vraag centraal of de Wet op het consumentenkrediet (WCK) van toepassing is op een geldleningsovereenkomst tussen Geldrent B.V. en twee gedaagden. De overeenkomst hield in dat Geldrent een geldsom ter beschikking stelde aan de gedaagden, die periodiek rente betaalden en het geleende bedrag aan het einde van de looptijd moesten terugbetalen. De rechtbank stelde vast dat deze overeenkomst voldoet aan de definitie van een krediettransactie zoals bedoeld in artikel 1 WCK Pro.
Geldrent voerde aan dat de WCK niet van toepassing zou zijn omdat de overeenkomst een hypothecaire geldlening betrof, waarvoor de uitzondering in artikel 4 lid 1 sub f WCK Pro geldt. De rechtbank verwierp dit argument omdat geen hypothecaire zekerheid was verleend, hetgeen een vereiste is voor toepassing van die uitzondering.
Verder stelde de rechtbank vast dat op grond van artikel 9 WCK Pro kredietverlening zonder vergunning verboden is. Omdat niet was gesteld of Geldrent over een dergelijke vergunning beschikte, werd de zaak aangehouden en werd Geldrent opgedragen bewijs te leveren over het al dan niet beschikken over een vergunning en de periode daarvan.
De rechtbank verwees de zaak naar de rol van 1 november 2006 en hield iedere verdere beslissing aan. Het tussenvonnis werd in het openbaar uitgesproken door rechter Verhoeven.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en draagt Geldrent op bewijs te leveren over haar kredietverleningsvergunning.