ECLI:NL:RBALM:2007:BA5970

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
25 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/963011-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Geeve
  • Vogel
  • Bossinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank Almelo verklaart zich onbevoegd wegens onduidelijke dagvaarding

In deze strafzaak heeft de officier van justitie de verdachte gedagvaard voor de rechtbank Almelo, terwijl de rechtbank Almelo slechts als nevenzittingsplaats fungeert voor een andere rechtbank. De officier van justitie verzocht de rechtbank de dagvaarding te lezen als afkomstig van de rechtbank Utrecht, zitting houdend in Almelo. De rechtbank oordeelde echter dat uit het dossier niet duidelijk bleek welke rechtbank Almelo als nevenzittingsplaats diende, hetgeen ook voor de verdediging onduidelijk was.

Gelet op de aard van de dagvaarding en de wettelijke bepalingen kon de rechtbank de dagvaarding niet op basis van een toelichting ter zitting verbeteren. Daarom verklaarde de rechtbank Almelo zich onbevoegd om kennis te nemen van de zaak. Omdat een ander college wel bevoegd is, bepaalde de rechtbank dat het bevel tot voorlopige hechtenis nog zes dagen na het onherroepelijk worden van deze beslissing van kracht blijft.

Het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Almelo op 25 mei 2007, met aanwezigheid van de rechters Geeve, Vogel en Bossinga.

Uitkomst: De rechtbank Almelo verklaart zich onbevoegd en wijst het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling af.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Parketnummer: 08/963011-07
STRAFVONNIS
Uitspraak: 25 mei 2007
De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
thans verblijvende in het huis van bewaring te Almelo.
De rechtbank heeft als volgt overwogen:
De officier van justitie heeft de zaak blijkens de dagvaarding aangebracht bij de rechtbank Almelo.
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om de dagvaarding verbeterd te lezen als een dagvaarding voor de rechtbank Utrecht, zitting houdend in Almelo, nu uit de stukken overduidelijk zou blijken dat de rechtbank Almelo als nevenzittingsplaats moet worden aangemerkt van de rechtbank Utrecht.
Daargelaten dat uit het dossier niet duidelijk blijkt van welke rechtbank, de rechtbank Almelo de nevenzittingsplaats is, hetgeen gelet op de inhoud van de verweren blijkbaar ook voor de verdediging onduidelijk was, is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding waarop de officier van justitie behoort aan te geven voor welke rechtbank de verdachte moet verschijnen, gelet op de aard van dat stuk, niet op basis van een toelichting van de officier van justitie ter terechtzitting verbeterd kan worden gelezen op de wijze zoals de officier van justitie voorstelt.
De verdachte is in casu gedagvaard voor de rechtbank Almelo en gelet op artikel 2 Wetboek Pro van Strafvordering is de rechtbank Almelo niet bevoegd.
De rechtbank verklaart zich dan ook onbevoegd.
Nu de rechtbank van oordeel is dat een ander college wel bevoegd is om van de zaak kennis te nemen, zal de rechtbank bepalen dat het bevel tot voorlopige hechtenis nog zes dagen na het onherroepelijk worden van haar beslissing van kracht zal blijven.
Het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt derhalve afgewezen.
R E C H T D O E N D E:
Verklaart zich onbevoegd om van de onderhavige strafzaak kennis te nemen.
Bepaalt dat het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte nog zes dagen na het onherroepelijk worden van deze uitspraak van kracht zal blijven.
Wijst af het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling.
Aldus gewezen door mr. Geeve, voorzitter, mr. Vogel en mr. Bossinga, rechters, in tegenwoordigheid van Last, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 mei 2007.