ECLI:NL:RBALM:2007:BB0112
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bloebaum
- Rechtspraak.nl
Veroordeling werkgever voor nalaten vangnetten bij werkzaamheden op hoogte met dodelijk ongeval
De Rechtbank Almelo heeft op 23 juli 2007 geoordeeld dat de verdachte onderneming in strijd heeft gehandeld met artikel 3.16 van het Arbeidsomstandighedenbesluit door het nalaten van het aanbrengen van vangnetten ter voorkoming van valgevaar bij werkzaamheden op een hoogte van 8,58 meter. Dit nalaten heeft geleid tot een val met dodelijke afloop van een werknemer.
De verdediging stelde dat er een keuzevrijheid bestond tussen het gebruik van collectieve vangnetten en individuele harnasgordels met vanglijnen, en dat het praktisch onmogelijk was om op korte termijn vangnetten te regelen. De rechtbank verwierp dit verweer op grond van de wettelijke tekst en de toelichting bij het besluit, waarin collectieve bescherming voorrang heeft boven individuele bescherming.
Er werd tevens vastgesteld dat de werkgever al zes weken voor het ongeval een offerte had uitgebracht zonder kosten voor vangnetten, wat de indruk wekte dat vangnetten nooit waren voorzien. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van overmacht maar van het negeren van een wettelijke verplichting.
De economische politierechter veroordeelde de werkgever tot een geldboete van 20.000 euro, waarvan 10.000 euro voorwaardelijk, en tot betaling van een schadevergoeding van 7.558,78 euro aan de nabestaanden van het slachtoffer. Daarnaast werd de werkgever vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Werkgever veroordeeld tot een geldboete van 20.000 euro en betaling van 7.558,78 euro schadevergoeding wegens nalaten vangnetten bij werkzaamheden op hoogte met dodelijk ongeval.