ECLI:NL:RBALM:2007:BB7432
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid UWV voor faillissementsuitkering bij grensoverschrijdende arbeid met vaste vertegenwoordiger
Eiser was in dienst van een Duitse werkgever met activiteiten in meerdere EU-lidstaten en verrichtte zijn werkzaamheden voornamelijk vanuit zijn kantoor aan huis in Nederland. Na het faillissement van zijn werkgever vroeg eiser een uitkering aan bij het UWV op grond van Hoofdstuk IV van de WW, welke werd geweigerd vanwege vermeende onbevoegdheid van het UWV en de stelling dat Duitsland het aangewezen land is voor de uitkering.
De rechtbank overwoog dat eiser als vaste vertegenwoordiger van zijn Duitse werkgever in Nederland moet worden aangemerkt en dat hij zijn arbeid gewoonlijk in Nederland verrichtte. Dit brengt mee dat het UWV wel degelijk bevoegd is om de uitkering vast te stellen, conform de richtlijnen 80/987/EEG en 2002/74/EG en artikel 62, vierde lid, van de WW.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van het UWV en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het UWV dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en oordeelt dat het UWV bevoegd is om de faillissementsuitkering vast te stellen.