ECLI:NL:RBALM:2007:BB8068
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Ontslag tijdens proeftijd wegens vermeende handicap na herseninfarct niet toegestaan
Eiser werd getroffen door een herseninfarct voordat hij zijn functie als junior projectleider kon aanvaarden. De werkgever beëindigde de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd vanwege een vermeende langdurige beperking van de werknemer.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever het vermoeden had dat de werknemer een handicap of chronische ziekte had, waardoor het ontslag op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) niet rechtsgeldig was. De werkgever slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen.
De rechter veroordeelde de werkgever tot doorbetaling van loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst en tot het opstellen van een plan van aanpak voor re-integratie. De overige vorderingen, waaronder schadevergoeding en buitengerechtelijke kosten, werden deels afgewezen.
De uitspraak benadrukt dat ook tijdens de proeftijd bescherming geldt tegen ontslag op grond van een vermeende handicap en dat de werkgever een zwaar bewijs moet leveren om dit te rechtvaardigen.
Uitkomst: Werkgever is veroordeeld tot doorbetaling van loon en het opstellen van een plan van aanpak wegens onrechtmatig ontslag tijdens de proeftijd op grond van een vermoeden van handicap.