ECLI:NL:RBALM:2007:BB8779
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. van der Veer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vernietiging aandelenleaseovereenkomst en veroordeling tot betaling restschuld
X sloot in 1999 een aandelenleaseovereenkomst met Dexia, de zogenaamde Winstverdriedubbelaar, met een looptijd van 36 maanden en een totaal leasebedrag van ongeveer €46.951,93. Na afloop van de looptijd werd een negatieve opbrengst verwacht, waarna X in 2002 een verlengingsovereenkomst met Dexia sloot voor wederom 36 maanden.
X stelde dat de overeenkomst nietig was wegens het niet in acht nemen van de zorgplicht door Dexia en beriep zich op vernietiging van de overeenkomst. Dexia voerde aan dat X zelf op een mailing had gereageerd, dat hij in alle rust de overeenkomst had kunnen aangaan en dat de Wet op het consumentenkrediet (WCK) niet van toepassing was vanwege het overschrijden van het toepassingsplafond.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst niet als huurkoop kon worden gekwalificeerd en dat de WCK niet van toepassing was. Verder was er geen sprake van een schending van de zorgplicht door Dexia, mede omdat X zonder voorbehoud had gekozen voor verlenging na kennis van de negatieve effecten.
De vordering van X tot vernietiging werd afgewezen en hij werd veroordeeld tot betaling van de openstaande restschuld van €12.598,52 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2 mei 2007. Tevens werd X veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging af en veroordeelt X tot betaling van de openstaande restschuld aan Dexia.