ECLI:NL:RBALM:2008:BC1685
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bloebaum
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid mensenhandel en beïnvloeding getuigenverklaring
Verdachte werd beschuldigd van medeplichtigheid bij het tot prostitutie brengen van een vrouw en het beïnvloeden van haar vrijheid om verklaringen af te leggen. De officier van justitie had voor het tweede feit een veroordeling gevraagd, maar de politierechter sprak verdachte vrij van beide feiten.
De rechtbank overwoog dat het bewijs onvoldoende was om de tenlasteleggingen te bewijzen. De dagvaarding was bovendien nietig voor een deel van de tenlastelegging wegens onvoldoende duidelijkheid. Uit het dossier en de getuigenverklaringen bleek geen sprake van intimidatie of dwang door verdachte.
De politierechter baseerde zich onder meer op de parlementaire geschiedenis van artikel 285a Sr en concludeerde dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak om verdachte te veroordelen. Verdachte werd derhalve vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.