ECLI:NL:RBALM:2008:BD1913
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening ter voorkoming van uithuiszetting tijdens faillissement niet-ontvankelijk
Op 18 maart 2008 werd het faillissement van verzoeker uitgesproken. Verzoeker diende op 20 maart 2008 een verzoek in tot opheffing van het faillissement onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, met daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ter voorkoming van uithuiszetting.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro niet-ontvankelijk is omdat deze regeling bedoeld is voor situaties voorafgaand aan een insolventieregime, terwijl hier reeds sprake is van een gefixeerde situatie door het faillissement. De rechtbank stelt dat voor zover de fixatie zich niet uitstrekt tot de vordering tot ontruiming, de normale weg van kort geding gevolgd moet worden.
De kantonrechter had eerder de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen. De rechtbank benadrukt dat het verzoekschrift tot opheffing van het faillissement onder toepassing van de schuldsaneringsregeling op 13 mei 2008 zal worden behandeld. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot voorlopige voorziening en wordt niet gehoord op dit verzoek.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet.