ECLI:NL:RBALM:2008:BD7158
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-uitkering wegens onjuiste toepassing wettelijke bepalingen
Eiseres had een WW-uitkering die door ziekte werd onderbroken. Na herstel stelde zij dat haar recht op WW-uitkering moest herleven en de maximale uitkeringsduur verlengd moest worden met de periode van ziekte minus drie maanden. Verweerder, het UWV, wees dit af met het argument dat de maximale uitkeringsduur was bereikt.
De rechtbank stelde vast dat verweerder in het bestreden besluit onjuiste feiten had aangenomen, waaronder de datum van ziekte en herstel, en bovendien verkeerde wettelijke bepalingen toepaste. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was en vernietigde het besluit wegens strijd met de Awb.
Toch liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat volgens de juiste wettelijke uitleg de WW-uitkering niet kon herleven als de ziekteperiode korter was dan drie maanden binnen de uitkeringsduur. Eiseres kon dus geen aanspraak maken op verlenging van de uitkering.
De rechtbank wees het beroep toe, vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste feiten en verkeerde wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.