ECLI:NL:RBALM:2008:BD9633
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing executie vonnis ontruiming woning
Eiser vordert in kort geding de schorsing van de executie van het vonnis van de kantonrechter dat hem veroordeelt tot ontruiming van een woning die gedaagde via een beslagveiling heeft gekocht. Eiser stelt dat het vonnis berust op feitelijke en juridische misslagen, waaronder een onjuiste aanduiding van het te ontruimen perceel en onjuiste toepassing van huurbescherming en verrekeningsafspraken.
De voorzieningenrechter overweegt dat het bestaan van de huurovereenkomst tussen eiser en zijn broer niet rechtsgeldig is vastgesteld vanwege de beperkingen van een voorlopige voorziening. De kantonrechter heeft daarom verondersteld dat de huurovereenkomst bestond en geoordeeld dat gedaagde deze rechtsgeldig heeft opgezegd op grond van de Faillissementswet.
Verder oordeelt de voorzieningenrechter dat de verrekeningsafspraak tussen eiser en zijn broer niet bindend is voor gedaagde als opvolgend verhuurder, omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 6:130 BW Pro. Ook de afwijking in kadastrale aanduiding in het vonnis vormt geen evidente misslag. De vordering tot schorsing van executie wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van het vonnis tot ontruiming wordt afgewezen wegens het ontbreken van juridische en feitelijke misslagen.