Art. 310 SrArt. 311 lid 1 SrArt. 326 SrArt. 47 lid 1 SrArt. 51b lid 1 Sv
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling wegens meervoudige oplichting en verduistering met gevangenisstraf van 15 maanden
De rechtbank Almelo heeft op 23 september 2008 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte wegens meervoudige oplichting en verduistering gepleegd in de periode van 2006 tot 2007. De rechtbank heeft een aantal tenlastegelegde feiten niet bewezen verklaard en verdachte daarvan vrijgesproken, waaronder bedreiging en enkele pintransacties die niet aan verdachte konden worden toegerekend. Wel is bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen zich met valse sleutels toegang heeft verschaft tot locaties om geldbedragen weg te nemen en dat hij zich valselijk heeft voorgedaan om geldbedragen te verkrijgen. De dagvaarding met betrekking tot een overtreding van de Wegenverkeerswet is nietig verklaard.
De rechtbank heeft rekening gehouden met een groot aantal feiten die als flessentrekkerij zijn aangemerkt en die verdachte heeft bekend. De strafbare feiten betroffen vooral vermogensdelicten die materiële en immateriële schade bij slachtoffers hebben veroorzaakt. Verdachte heeft een strafblad met meerdere eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. Gezien de ernst van de feiten en de persoon van verdachte is een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden opgelegd.
Daarnaast zijn diverse civiele vorderingen van slachtoffers behandeld. De rechtbank heeft enkele vorderingen gegrond verklaard en toegewezen, waarbij betaling aan de Staat der Nederlanden is opgelegd met vervangende hechtenis bij niet-betaling. Andere vorderingen zijn ongegrond verklaard of niet-ontvankelijk omdat de feiten niet bewezen zijn. Verder zijn bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard en andere teruggegeven aan verdachte.
De rechtbank heeft het bewijs zorgvuldig gewogen, waarbij verklaringen, pintransacties, en andere bewijsmiddelen zijn betrokken. De verdediging is gehoord en haar verweren zijn waar nodig verworpen. De rechtbank heeft geen rekening gehouden met feiten die niet in de tenlastelegging waren opgenomen, zoals bedreigingen en oplichting van gehandicapte jongens, omdat de officier van justitie deze niet aan de rechtbank heeft voorgelegd.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer, waarbij een rechter wegens uitstedigheid niet kon ondertekenen. De straf en maatregelen zijn opgelegd conform de wet, met inachtneming van de financiële draagkracht van verdachte bij verbeurdverklaring.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor meervoudige oplichting en verduistering met deels toegewezen civiele schadevergoedingen.
Uitspraak
RECHTBANK ALMELO.
Parketnummer: 08/700515-07
Uitspraak d.d.: 23 september 2008.
STRAFVONNIS
De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafza¬ken,
rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement
Almelo, tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1971],
verblijvende in de PI Overijssel, HvB de Karelskamp
te Almelo, Bornsestraat 333,
terechtstaande - na aanpassing ter terechtzitting van 9 september 2008 van de
omschrijving van de tenlastelegging ex art. 314a Wetboek van Strafvordering -
1.
hij op een of meer nader te noemen tijdstippen in of omstreeks de periode van
15 september 2007 tot en met 10 oktober 2007
in de gemeente Enschede, althans in Nederland,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen
het leven gericht, althans met zware mishandeling,
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk
dreigend voornoemde [slachtoffer A] de woorden toegevoegd, zakelijk weergegeven,
- dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer A] uit zijn huis zou(den)
trekken, en/of
- dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer A] een kopje kleiner zou(den)
maken,
- en/of dat één telefoontje genoeg was en dat dan de zigeuners wel zouden
komen,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Gehoord de vordering van de officier van justitie;
Gelet op de verdediging door en namens verdachte in het midden gebracht;
De raadsman heeft betoogd dat de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard moet worden ten aanzien van de feiten die in Duitsland gepleegd zouden zijn.
De rechtbank overweegt daaromtrent dat het verweer verworpen dient te worden nu uit artikel 5 vanPro het Wetboek van Strafrecht blijkt dat de Nederlandse strafwet toepasselijk is op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een feit hetwelk door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land waar het begaan is straf is gesteld.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte sub 1, sub 2, incidentnummer 14, 16, 20, gedeeltelijk, als hierna te melden, en incidentnummer 72 en 73, alsmede sub 4 in de eerste plaats onder a is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt met betrekking tot het sub 1 tenlastegelegde dat de verklaring van aangever, waaruit zou blijken dat verdachte en zijn mededader de aangever zouden hebben bedreigd, niet door enig ander wettig bewijsmiddel wordt gestaafd, zodat niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte dat feit heeft begaan.
Met betrekking tot het sub 2 tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt:
Er is van onvoldoende betrokkenheid van verdachte bij de navolgende feiten gebleken, reden waarom verdachte van die feiten wordt vrijgesproken.
incidentnummer 14:
de pintransactie bij de Rabobank aan de Deken Scholtenstraat te Oldenzaal, de pintransactie bij het Postagentschap aan de Fazantstraat te Enschede en de pintransactie bij de Volksbank te Gronau;
incidentnummer 16:
de pintransactie bij het Holland Casino te Enschede;
incidentnummer 20:
de pintransactie bij de Rabo-bank aan de Boulevard 1945 te Enschede, de pintransactie bij de Rabobank aan de Burg. M. van Veenlaan te Enschede, de pintransactie bij de Rabobank aan de Fazantstraat te Enschede en de pintransactie bij de Postbank aan de Fazantstraat te Enschede;
met betrekking tot incidentnummer 72 overweegt de rechtbank dat verdachte weliswaar erkent rookwaren te hebben betaald met een gestolen pas bij de Gulf, maar
- uit de processtukken blijkt niet dat er met de pas van [slachtoffer G] zou zijn gepind.
- uit de processtukken blijkt dat het bedrag van Euro 95,50 contant is betaald en niet betaald is met een pinpas en
- uit de processtukken blijkt dat aangever [naam] spreekt over een tweeling, te weten de gebroeders [naam], als verdachten en niet spreekt over [verdachte + medeverdachte], zodat de rechtbank onvoldoende bewijs heeft voor het tenlastegelegde feit;
met betrekking tot incidentnummer 73 overweegt de rechtbank dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken omdat de pintransactie van Euro 1250,-- is gedaan in Hollandscheveld en niet in Nijmegen en de pintransactie van Euro 5.000,-- door [naam] samen met [naam] zou zijn gepleegd en niet door verdachte.
Met betrekking tot hetgeen verdachte sub 4 in de eerste plaats onder a is tenlastegelegd overweegt de rechtbank dat op basis van het dossier niet uit te sluiten is dat verdachte de bedoeling heeft gehad om de auto van [slachtoffer I] te keuren en op kenteken te zetten, reden waarom verdachte wordt vrijgesproken van de vermeende oplichting. Wel acht de rechtbank het sub 4 in de tweede plaats tenlastegelegde bewezen
Indien in de tenlastelegging taal-en/of schrijffouten voorkomen zijn deze verbeterd.
De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin
de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een
aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden
beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte
het sub 2, incidentnummer 14, 16, 20, gedeeltelijk, als hierna te melden, en
incidentnummer 18 integraal, het sub 4 in de eerste plaats onder b en het sub 4 in de tweede
plaats, tenlastegelegde, heeft begaan, met dien verstande dat:
2.
hij in de periode van 21 december 2006 tot en met 4 augustus 2007 in de gemeente Enschede en Gronau, telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, enig geldbedrag, te weten:
dossier P 2, incidentnummer 14:
- op 21 december 2006 uit een pin-/betaalautomaat bij het Holland Casino
(N.S.C.) in Enschede een geldbedrag van 1800 euro, toebehorende aan [slachtoffer B],
en
dossier P 4, incidentnummer 16:
- op 4 augustus 2007 uit een pin-/automaat bij de RABO-bank in
Enschede (aan de Raiffeisenstraat) een geldbedrag van 1050 euro, toebehorende aan [slachtoffer C],
en
dossier P 6, incidentnummer 18:
- op 31 mei 2007 uit een pin-/betaalautomaat bij de Mediamarkt in Enschede een
geldbedrag van 179 euro (voor een Sony PSP), en
- op 31 mei 2007 uit een pin-/betaalautomaat bij Ruby Style in Enschede een
geldbedrag van 225 euro (voor kleding), en
- op 31 mei 2007 uit een pin-/betaalautomaat bij Fares Juweliers in Enschede
een geldbedrag van 3270 euro (voor een ketting),
toebehorende aan [slachtoffer E],
en
dossier P 8, incidentnummer 20:
- op 24 december 2006 uit een pin-/betaalautomaat bij de Postbank in Gronau,
een geldbedrag van 500 euro,
- op 24 december 2006 uit een pin-/betaalautomaat bij de Sparkasse in Gronau,
een geldbedrag van 500 euro,
toebehorende aan [slachtoffer F],
waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;
4.
hij in de periode van 1 november 2006 tot en met 12 oktober 2007, in Nederland,
met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid
b) [slachtoffer K] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 300 euro,
hebbende verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid:
- zich voorgedaan als betrouwbare contractspartner en
- zich voorgedaan als eigenaar/bezitter van een spelcomputer (X-box) en die [slachtoffer K] toegezegd of beloofd om bovengenoemd goed te leveren, waardoor die [slachtoffer K] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
en
hij in de periode van 1 november 2006 tot en met 12 oktober 2007 in de gemeente Enschede,
opzettelijk 400 euro, toebehorende aan [slachtoffer I], welk geldbedrag verdachte anders dan door misdrijf, te weten op basis van een overeenkomst en/of afspraak, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandig¬heden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het feit, waarop die inhoud bijzonderlijk betrekking heeft.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen verdachte sub 2, incidentnummer 14, 16, 20, gedeeltelijk, als hiervoor vermeld, en incidentnummer 18 integraal, het sub 4 in de eerste plaats onder b en het sub 4 in de tweede plaats, meer of anders is tenlaste¬ge¬legd, zodat hij daarvan behoort te worden vrij gespro¬ken.
Het bewezene levert op:
- voor wat betreft sub 2 incidentnummer 14, 16, 20, gedeeltelijk, als hiervoor vermeld, en incidentnummer 18 integraal - het misdrijf:
"Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereikt heeft gebracht door middel van valse sleutels".
strafbaar gesteld bij artikel 311 junctoProartikel 310 vanPro het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;
ten aanzien van de feiten die in Duitsland zijn gepleegd overweegt de rechtbank dat op die feiten door de wet van het land waar het mede is begaan (Duitsland) straf is gesteld.
- voor wat betreft sub 4 in de eerste plaats onder b - het misdrijf:
"Oplichting".
strafbaar gesteld bij artikel 326 vanPro het Wetboek van Strafrecht;
- voor wat betreft sub 4 in de tweede plaats - het misdrijf:
"Verduistering".
strafbaar gesteld bij artikel 321 vanPro het Wetboek van Strafrecht;
De verdachte is deswege strafbaar nu van geen zijn strafbaarheid uitsluitende
omstandig¬heid is gebleken.
De rechtbank overweegt voor wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals een en
ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en maatregel behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:
Verdachte heeft zich aan een aanzienlijk aantal strafbare feiten, te weten vermogensdelicten, schuldig gemaakt.
Deze vermogensmisdrijven houden een aantasting in van de levenssfeer van de benadeelden, die niet alleen materieel nadeel lijden, maar ook immaterieel in de vorm van gevoelens van onzekerheid en onveiligheid.
Uit het documentatieblad van verdachte blijkt dat hij reeds vele keren is veroordeeld ter zake van het plegen van (gekwalificeerde) vermogensmisdrijven. De in die veroordelingen gelegen waarschuwingen sorteren kennelijk geen enkel effect.
Gelet op dit alles en met name op de ernst van de feiten, is naar het oordeel van de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.
De officier van justitie heeft in haar requisitoir de rechtbank gevraagd om bij de straf¬oplegging rekening te houden met de omstandigheid dat de gehandicapte jongens van het voetbalteam, het G-team, door verdachten zijn bedreigd en opgelicht en dat er door verdachten bedrijven en auto's op hun naam zijn gezet, waardoor zij zouden leven met een grote angst voor verdachten en sommigen van hen enorme schulden hebben gekregen, bestaande uit onder meer fiscale aanslagen en CJIB boetes. Voorts heeft de officier van justitie gevraagd om er eveneens rekening mee te houden dat verdachten deel uit maakten van een grote groep criminelen, die bejaarde- en kwetsbare mensen hun geld en pasjes afpakten door middel van onder andere inbraken en babbeltrucs.
De rechtbank kan en zal geen rekening houden met deze omstandigheden. De officier van justitie heeft ervoor gekozen deze feiten niet op de tenlastelegging te zetten. Ook het door de rechtbank nietig verklaarde feit 3 zag niet op die feiten, maar betrof een overtreding van de Wegenverkeerswet, volgens de officier van justitie gepleegd door de jongens van het G-team, waarbij verdachte medeplichtig zou zijn geweest.
Het stond de officier van justitie vrij om verdachten te vervolgen voor door haar genoemde oplichting van de gehandicapte jongens en de deelneming aan een criminele organisatie. Nu zij er echter voor gekozen heeft deze feiten niet aan de rechtbank voor te leggen kan de rechtbank hiermee geen rekening houden bij de straftoemeting.
De rechtbank merkt nog op dat de officier van justitie door in haar requisitoir zo uitgebreid bij deze feiten stil te staan, voor het publiek een ander beeld heeft geschetst van hetgeen in deze strafzaak aan de rechtbank is voorgelegd.
De rechtbank heeft bij de straftoemeting wel rekening gehouden met alle op de tenlastelegging vermelde ad-info gevoegde zaken, die verdachte ter terechtzitting heeft bekend en waarvoor de officier van justitie de verdachte niet nogmaals zal vervolgen.
De rechtbank komt gelet op het vorenstaande tot de straf, gelijk hierna te melden.
De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven, voorwerpen, genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst onder de nummers 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14, 16, 17, 18 en 19, vatbaar zijn voor verbeurdverkla¬ring, nu met behulp van die aan verdachte toebehorende voorwerpen het aan verdachte tenlastegelegde en bewezen¬ver¬klaarde is begaan.
Bij de verbeurdverklaring heeft de rechtbank op de voet van artikel 24 WetboekPro van Strafrecht rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.
Met betrekking tot de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst onder de nummers 5, 13 en 15 zal de rechtbank bepalen dat die voorwerpen aan verdachte behoren te worden teruggegeven.
(Civiele vordering)
De rechtbank overweegt verder, dat, ter zake het sub 1 tenlastegelegde, zich via het voorgeschreven 'voegingsformulier' ter terechtzitting (zie 51b, lid 2 Sv) als benadeelde partij heeft gevoegd, in het strafproces:
[slachtoffer A], wonende te [woonadres], en hij op de voet van artikel 51b, lid 1 Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij tot een totaalbedrag van Euro 677,--.
Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van [slachtoffer A], wonende te [woonadres], geheel ongegrond, nu verdachte van het feit, waarop de vordering betrekking heeft wordt vrijgesproken. De civiele vordering dient daarom niet-ontvankelijk verklaard te worden.
De rechtbank overweegt verder, dat, ter zake het sub 2 tenlastegelegde, zich via het voorgeschreven 'voegingsformulier' ter terechtzitting (zie 51b, lid 2 Sv) als benadeelde partijen hebben gevoegd, in het strafproces:
- [slachtoffer D], wonende te [woonadres], tot een bedrag van Euro 3.650,--;
- [slachtoffer E], wonende te [woonadres], tot een bedrag van Euro 4.924,--;
- [slachtoffer F], wonende te [woonadres], tot een bedrag van Euro 2.800,--
- [slachtoffer G], wonende te [woonadres], tot een bedrag van Euro 6.401,85;
- [slachtoffer H], wonende te [woonadres], tot een bedrag van Euro 6.250,--;
Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van [slachtoffer D], wonende te [woonadres], tot een bedrag van Euro 1.050,-- gegrond, aangezien is komen vast te staan dat haar, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot haar vordering is gebleken, rechtstreeks schade is toegebracht door het aan verdachte onder sub 2 tenlastegelegde en thans bewezen verklaarde feit, met niet-ontvankelijk verklaring van haar vordering voor het overige.
Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van [slachtoffer E], wonende te [woonadres], geheel gegrond, aangezien is komen vast te staan dat hem, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot zijn vordering is gebleken, rechtstreeks schade is toegebracht door het aan verdachte onder sub 2 tenlastegelegde en thans bewezen verklaarde feit.
De vordering kan derhalve integraal worden toegewezen.
Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van [slachtoffer F], wonende te [woonadres], tot een bedrag van Euro 1.000,-- gegrond, aangezien is komen vast te staan dat hem, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot zijn vordering is gebleken, rechtstreeks schade is toegebracht door het aan verdachte onder sub 2 tenlastegelegde en thans bewezen verklaarde feit, met niet-ontvankelijk verklaring van zijn vordering voor het overige.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn de vorderingen van [slachtoffer G], wonende te [woonadres], en van [slachtoffer H], wonende te [woonadres], geheel ongegrond, nu verdachte van het feit, waarop die vorderingen betrekking hebben, wordt vrijgesproken. Die civiele vorderingen dienen daarom niet-ontvankelijk verklaard te worden.
De rechtbank overweegt verder, dat, ter zake het sub 4 in de eerste en/of in de tweede plaats tenlastegelegde, zich via het voorgeschreven 'voegingsformulier' ter terechtzitting (zie 51b, lid 2 Sv) als benadeelde partijen hebben gevoegd, in het strafproces:
- [slachtoffer I], wonende te [woonadres], tot een bedrag van Euro 400,--;
- [slachtoffer K], wonende te [woonadres], tot een bedrag van Euro 307,60.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn de vorderingen van [slachtoffer I], wonende te [woonadres], en [slachtoffer K], wonende te [woonadres], geheel gegrond, aangezien is komen vast te staan dat hen, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot hun vordering is gebleken, rechtstreeks schade is toegebracht door het aan verdachte onder sub 4 tenlastegelegde en thans bewezen verklaarde feiten.
De vorderingen kunnen derhalve integraal worden toegewezen.
De rechtbank zal bij de thans toegewezen vorderingen tevens de maatregel bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de strafbare feiten is toegebracht.
De na te noemen straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 24c, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.
R E C H T D O E N D E:
Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte sub 1, sub 2, incidentnummer 14, 16, 20, gedeeltelijk, als hiervoor vermeld, en incidentnummer 72 en 73, alsmede sub 4 in de eerste plaats onder a is tenlastegelegd;
Spreekt hem daarvan vrij;
Verklaart bewezen, dat het sub 2, incidentnummer 14, 16, 20, gedeeltelijk, als hiervoor vermeld, incidentnummer 18 integraal, het sub 4 in de eerste plaats onder b en het sub 4 in de tweede plaats tenlastegelegde, in voege als boven¬om¬schreven door verdachte is begaan;
Verstaat, dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld;
Verklaart verdachte deswege strafbaar;
Veroordeelt verdachte te dier zake tot een gevangenisstraf voor de tijd van VIJFTIEN MAANDEN;
Beveelt dat de tijd door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzeke¬ring en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoor¬waardelijke deel van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel zal worden in mindering gebracht.
Verklaart verbeurd de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, genoemd onder de nummers 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14, 16, 17, 18 en 19 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.
Gelast de teruggave aan verdachte van de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, genoemd onder de nummers 5, 13 en 15 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte sub 2, incidentnummer 14, 16, 20, gedeeltelijk, als hiervoor vermeld, incidentnummer 18 integraal, sub 4 in de eerste plaats onder b en sub 4 in de tweede plaats meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
Veroordeelt verdachte, terzake het sub 2 tenlastegelegde feit, tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer D], wonende te [woonadres], van een bedrag groot Euro 1.050,--.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsmede in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.
Legt de maatregel op dat verdachte verplicht is, terzake het sub 2 tenlastegelegde feit, tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot Euro 1.050,--, zulks ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer D], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 21 dagen zal worden toegepast.
Verstaat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van genoemd bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer D], voornoemd, dat daarmee de verplichting van verdachte om aan die benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan genoemde benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.
Veroordeelt verdachte, terzake het sub 2 tenlastegelegde feit, tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer E], wonende te [woonadres], van een bedrag van Euro 4.924,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2007 tot de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsmede in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.
Legt de maatregel op dat verdachte verplicht is, terzake het sub 2 tenlastegelegde feit, tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot Euro 4.924,---, zulks ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer E], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 98 dagen zal worden toegepast.
Verstaat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van genoemd bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer E], voornoemd, dat daarmee de verplichting van verdachte om aan die benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan genoemde benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.
Veroordeelt verdachte, terzake het sub 2 tenlastegelegde feit, tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer F], wonende te [woonadres], van een bedrag van Euro 1.000,--.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsmede in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.
Legt de maatregel op dat verdachte verplicht is, terzake het sub 2 tenlastegelegde feit, tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot Euro 1.000,--, zulks ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer F], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 dagen zal worden toegepast.
Verstaat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van genoemd bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer F], voornoemd, dat daarmee de verplichting van verdachte om aan die benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan genoemde benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.
Veroordeelt verdachte, terzake het sub 4 in de tweede plaats tenlastegelegde feit, tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer I], wonende te [woonadres], van een bedrag van Euro 400,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2007 tot de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsmede in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.
Legt de maatregel op dat verdachte verplicht is, terzake het sub 4 in de tweede plaats tenlastegelegde feit, tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot Euro 400,--, zulks ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer I], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 8 dagen zal worden toegepast.
Verstaat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van genoemd bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer I], voornoemd, dat daarmee de verplichting van verdachte om aan die benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan genoemde benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.
Veroordeelt verdachte, terzake het sub 4 in de eerste plaats tenlastegelegde feit, tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer K], wonende te [woonadres], van een bedrag van Euro 307,60.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsmede in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.
Legt de maatregel op dat verdachte verplicht is, terzake het sub 4 in de eerste plaats tenlastegelegde feit, tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot Euro 307,60,--, zulks ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer K], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 6 dagen zal worden toegepast.
Verstaat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van genoemd bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer K], voornoemd, dat daarmee de verplichting van verdachte om aan die benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan genoemde benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.
Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partijen:
- [slachtoffer A], wonende te [woonadres],
- [slachtoffer G], wonende te [woonadres], en
- [slachtoffer H], wonende te [woonadres],
niet-ontvankelijk is, en dat de benadeelde partijen deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.
Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partijen:
- [slachtoffer D], wonende te [woonadres],
- [slachtoffer F], wonende te [woonadres],
voor een deel van Euro 2.600,-- en Euro 1.800,--,-- niet-ontvankelijk is, en dat de benadeelde partij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Aldus gewezen door
mr. Geeve, voorzitter,
mrs. Bloebaum en Taalman, rechters,
in tegenwoordigheid van Groot, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank voornoemd,
op 23 september 2008.
De rechter, mr. Bloebaum, is wegens uitstedigheid niet in staat dit vonnis te ondertekenen.