ECLI:NL:RBALM:2008:BF3705
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Geschil over loon, vakantiedagen en overwerkvergoeding bij beëindiging arbeidsovereenkomst
Werknemer trad in februari 2006 in dienst als internationaal chauffeur bij K.T.B. Transport B.V. en werd op 18 juni 2007 arbeidsongeschikt. Werkgever betaalde een overwerkvergoeding van €3.973,84, in verband met een voorgenomen overgang naar een andere werkgever, Actief Logistiek, waar werknemer echter niet in dienst trad. Werknemer nam vakantie op tot het einde van het dienstverband per 28 september 2007.
Werknemer vorderde achterstallig loon, vakantietoeslag en vergoeding voor niet genoten vakantiedagen. Werkgever betwistte de vorderingen en stelde dat de overwerkvergoeding onverschuldigd was betaald en dat werknemer vanaf 1 augustus 2007 weer arbeidsgeschikt was en geen recht meer had op loon of vakantiedagen.
De rechtbank oordeelde dat werknemer geen wanprestatie had gepleegd door niet in dienst te treden bij Actief Logistiek en dat werkgever het risico droeg van de verkeerde veronderstelling over het dienstverband. Werkgever moest het loon over de betreffende periodes betalen en werknemer had recht op vergoeding voor 10 niet genoten vakantiedagen. De vordering van werkgever tot terugbetaling van de overwerkvergoeding werd afgewezen. De beslissing omtrent wettelijke verhoging en buitengerechtelijke kosten werd aangehouden.
Uitkomst: Werknemer krijgt achterstallig loon en vergoeding voor niet genoten vakantiedagen; vordering werkgever tot terugbetaling overwerkvergoeding wordt afgewezen.