ECLI:NL:RBALM:2008:BG1041
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- H. Haarhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verkoop pand wegens ontbreken spoedeisend belang
Eiser huurt sinds 1982 een pand van gedaagde en vordert in kort geding dat gedaagde het pand aan hem aanbiedt te koop tegen de in de huurovereenkomst afgesproken prijs. Eiser baseert zijn vordering op een brief van gedaagde aan de gemeente en de verkoop van een naburig pand, waaruit hij afleidt dat gedaagde het pand wil verkopen.
Gedaagde betwist dit en verklaart ter zitting dat hij niet voornemens is het gehuurde pand te verkopen. De brief van april 2008 zou abusievelijk betrekking hebben op het naburige pand, dat inmiddels daadwerkelijk is verkocht. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen voldoende spoedeisend belang is voor de vordering omdat er geen concrete verkoopintentie van het gehuurde pand is.
Daarnaast stelt gedaagde een reconventionele vordering in om ontruiming van het pand te verkrijgen, maar deze wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen gelegenheid had zich hierop voor te bereiden. De voorzieningenrechter veroordeelt beide partijen in de proceskosten en wijst de vordering van eiser af.
Uitkomst: De vordering tot verkoop van het pand wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en de reconventionele vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.