ECLI:NL:RBALM:2008:BG4773
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moeder en partner wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij dood peuter
De rechtbank Almelo behandelde een zaak waarin twee verdachten, de moeder van een 17 maanden oude peuter en haar toenmalige vriend, werden verdacht van betrokkenheid bij de dood van het kind. Het jongetje overleed aan ernstig geweld binnenshuis, waarbij sprake was van structurele kindermishandeling. De officier van justitie legde diverse tenlasteleggingen voor, variërend van moord en doodslag tot zware mishandeling met de dood tot gevolg en medeplichtigheid.
De rechtbank onderzocht uitgebreid het bewijs, waaronder forensische rapporten, getuigenverklaringen en medische deskundigen. Het letsel aan het kind was ernstig en bestond uit meerdere recente en oudere blauwe plekken en inwendige verwondingen die niet door het slachtoffer zelf konden zijn toegebracht. Het tijdstip van overlijden werd vastgesteld tussen 9.45 en 11.30 uur, en het fatale letsel was waarschijnlijk 4 tot 6 uur daarvoor toegebracht.
Ondanks de ernst van de feiten kon de rechtbank niet vaststellen wie van de verdachten het fatale letsel had toegebracht. Beide waren aanwezig in de woning, maar het bewijs ontbrak om een van hen als dader aan te merken. De rechtbank oordeelde dat een veroordeling zonder voldoende bewijs het risico van een onterechte veroordeling met zich meebrengt. Daarom sprak zij beide verdachten vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De rechtbank erkende dat deze uitkomst voor de samenleving en nabestaanden onbevredigend is, maar benadrukte het belang van bewijszekerheid in strafzaken. Daarnaast werden beslissingen genomen over het beslag en de voorlopige hechtenis van een verdachte.
Uitkomst: De rechtbank sprak de moeder en haar partner vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid bij de dood van de peuter.