ECLI:NL:RBALM:2008:BG4775
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij dood peuter door mishandeling
De rechtbank Almelo behandelde de zaak van twee verdachten, de moeder van het slachtoffer en haar toenmalige vriend, die werden verdacht van betrokkenheid bij de dood van een 17 maanden oude peuter. Het slachtoffer overleed als gevolg van ernstig buikletsel veroorzaakt door heftig botsend geweld. De officier van justitie stelde dat het letsel tussen 4 en 6 uur voor het overlijden was toegebracht, vermoedelijk tijdens de afwezigheid van de moeder.
De verdediging voerde aan dat het letsel ook door een onjuiste reanimatie of natuurlijke oorzaken kon zijn ontstaan en dat het overlijden ook door verstikking in eigen braaksel of dekens kon zijn veroorzaakt. Diverse deskundigen gaven aan dat het letsel niet door reanimatie kon zijn veroorzaakt en dat het slachtoffer structureel mishandeld was.
De rechtbank concludeerde dat het letsel waarschijnlijk tussen 4.45 en 6.45 uur was toegebracht terwijl beide verdachten aanwezig waren, maar kon niet vaststellen wie het fatale letsel had toegebracht. Door het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank beide verdachten vrij van moord, doodslag en zware mishandeling met de dood tot gevolg.
De rechtbank erkende dat deze uitkomst onbevredigend is voor de samenleving en nabestaanden, maar benadrukte dat het risico van een onterechte veroordeling niet overschreden mocht worden. De voorlopige hechtenis van verdachte 1 werd opgeheven en hij werd in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachten worden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij de dood van het slachtoffer.