ECLI:NL:RBALM:2008:BG5052
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid
Eiser diende een aanvraag in voor een WW-uitkering die door het UWV werd geweigerd op grond van verwijtbare werkloosheid vanwege het roken van wiet tijdens werktijd. De arbeidsovereenkomst was ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding en niet formeel wegens een dringende reden. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht onderzoek mocht doen naar de grondslag van het ontslag, maar dat het ontbreken van een formele dringende reden en onvoldoende bewijs van waarschuwingen aan eiser betekende dat geen verwijtbare werkloosheid kon worden aangenomen.
De rechtbank stelde vast dat het huishoudelijk reglement roken van softdrugs tijdens werktijd verbood en dat overtreding daarvan ontslag kan rechtvaardigen, maar dat dit niet automatisch een dringende reden oplevert. Ook was niet komen vast te staan dat eiser schriftelijk was gewaarschuwd. De wetsgeschiedenis toonde aan dat de ontslagreden bepalend is voor verwijtbaarheid, niet de ontslagroute.
Daarom werd het besluit van het UWV vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WW-uitkering te weigeren wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.