ECLI:NL:RBALM:2008:BG5123
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Zweers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid hypotheek na relatiebeëindiging
De vrouw en de man hadden een relatie die enkele jaren geleden is geëindigd. In een eerdere procedure is de woning aan de man toegewezen met de verplichting dat hij de vrouw zou ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek bij de ING-bank. De vrouw vordert nu in kort geding dat de man wordt veroordeeld om binnen acht dagen mee te werken aan de levering van de woning en haar ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te bewerkstelligen.
De man verklaart dat hij bereid is mee te werken, maar dat hij afhankelijk is van de ING-bank die niet wil meewerken vanwege zijn te lage inkomen. Ondanks zijn inspanningen is het hem niet gelukt de woning te herfinancieren en de vrouw te ontslaan uit haar verplichtingen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de man niet zelf in zijn macht heeft om aan de vordering mee te werken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man niet kan worden gedwongen tot medewerking zolang de bank niet meewerkt en dat de vrouw hierdoor geen verwijt kan worden gemaakt. Een verdere aanhouding van de procedure acht de voorzieningenrechter niet wenselijk. Daarom wordt de vordering van de vrouw afgewezen en worden de proceskosten gecompenseerd zodat elke partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van de vrouw tot medewerking aan het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid wordt afgewezen omdat de man afhankelijk is van de bank die niet wil meewerken.