ECLI:NL:RBALM:2008:BG6579
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Koopmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing contact- en straatverbod wegens onvoldoende aannemelijkheid in verstoorde relatie
Eiser en gedaagde sub 1 hebben jarenlang samengewoond en hebben samen kinderen, waaronder x. Na beëindiging van de relatie in september 2006 is x onder toezicht gesteld met een gezinsvoogd. In oktober 2008 vond een incident plaats waarbij eiser, gedaagde sub 2 en x betrokken waren, wat leidde tot aanhoudingen en het stopzetten van de omgangsregeling tussen x en gedaagde sub 1.
Eiser vordert een contact- en straatverbod tegen gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 voor twee jaar in een bepaald gebied te Almelo, met dwangmiddelen bij overtreding. De rechtbank erkent het belang van eiser bij beëindiging van de gespannen situatie en het spoedeisend belang van de vordering.
De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de gevorderde verboden een inbreuk maken op het grondrecht van gedaagden om zich vrij te bewegen en dat hiervoor in hoge mate aannemelijk moet zijn dat sprake is van ontoelaatbare inbreuk. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat gedaagden zodanig inbreuk maken. Hoewel gedaagde sub 2 eiser op 7 oktober klemreed, is niet aannemelijk dat dit met het doel gebeurde om x weg te halen. Er is ook geen bewijs van betrokkenheid van gedaagde sub 1 bij het incident of andere bedreigingen.
De rechtbank wijst de vordering af en compenseert de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot contact- en straatverbod wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.