ECLI:NL:RBALM:2008:BG7102
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering deelname aan meidenproject geen onrechtmatige daad
De zaak betreft de vordering van X, wettelijk vertegenwoordiger van A, tegen Stichting De Gravenruiters wegens het weigeren van deelname van A aan het meidenproject. A was sinds november 2006 deelnemer, maar werd per 2 juli 2007 uitgesloten nadat X, haar vader, herhaaldelijk de instructrice B had lastiggevallen en zelfs werd veroordeeld voor stalking.
X vorderde dat A mocht blijven deelnemen aan de paardrijlessen en andere activiteiten, stellende dat de weigering wanprestatie of onrechtmatige daad opleverde. De Gravenruiters stelde dat zij als eigenaar en organisator het recht heeft deelnemers te weigeren, zeker gezien de impact van X’s gedrag op B en de organisatie.
De rechtbank stelde vast dat tussen partijen een overeenkomst bestond voor deelname aan het project, maar dat deze overeenkomst op grond van redelijkheid en billijkheid kon worden beëindigd vanwege het stalkinggedrag van X jegens B. Dit maakte het voor De Gravenruiters onredelijk om A te blijven toelaten.
De rechtbank verwierp het verweer van X dat de reden voor weigering niet juist was en benadrukte dat het gedrag van X de oorzaak was van de situatie. De vorderingen van X werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wees de vorderingen af en bevestigde dat De Gravenruiters A terecht de deelname aan het meidenproject heeft ontzegd vanwege stalking door haar vader.