Uit de verklaring van M en de door hem overgelegde stukken is – zakelijk weergegeven – het volgende gebleken:
1. M heeft onder de naam M Drukwerkverzorging een drukkerij uitgeoefend vanaf oktober 1997 tot juli 2008. De onderneming is op 22 oktober 2008 uitgeschreven uit de kamer van koophandel.
2. De onderneming werd gedreven in een door M van zijn ouders gehuurd pand aan de -- te --, tegen een huurprijs van € 12.300,00 exclusief BTW per jaar. Deze huurovereenkomst is beëindigd.
3. M werkt thans in loondienst bij Copyallright BV (voorheen genaamd Santa Gertrudis Meat BV), van welke BV de heer X (met 60 aandelen), mevrouw Y (met 62 aandelen) en de heer Z (met 60 aandelen) sinds 5 augustus 2008 aandeelhouder zijn, waarbij de heer X als bestuurder is ingeschreven. Y is de levenspartner van M en Z is de accountant van M. De onderneming wordt gedreven vanuit het huurpand als genoemd onder 2.
4. M heeft een schuldenlast opgegeven van € 550.278,25. Daarvan ziet een bedrag van
€ 484.166,74 op de totale schuld aan Xerox, een bedrag van € 45.000,00 op een schuld aan - M, vader van verzoeker, wegens een lening en een bedrag van
€ 8.850,00 heeft betrekking op een (restant)schuld aan de vader wegens achterstallige huurpenningen.
5. M heeft zijn onderneming moeten staken nadat Xerox op 24 juli 2008 de geleasde kopieermachines heeft teruggenomen. M heeft vervolgens de activa van de onderneming op 8 augustus 2008 voor een bedrag van € 21.912,00 exclusief BTW verkocht aan Santa Gertrudis Meat BV, evenals de Audi A4 Avant voor een bedrag van € 6.050,00 en de telefoonlijnen, internet en handelsnaam voor een bedrag van € 1.000,00 exclusief BTW. De koopprijs is voldaan. De twee werknemers van M zijn overgenomen door Santa Gertrudis Meat BV. Voor goodwill en/of overname van het klantenbestand is door de BV niets betaald.
6. De koopprijs van bovengenoemde goederen is gebaseerd op een taxatierapport van Lubbes Taxaties, waarin de goederen zijn getaxeerd op liquidatiewaarde. De betaalde prijs is de liquidatiewaarde vermeerderd met 10%.
7. In juli 2008 heeft M een bedrag van € 35.000,00 overgemaakt aan accountant Z, volgens hem met de bedoeling nog tot onderhandeling met Xerox te komen. Omdat dit niet mogelijk bleek zijn op 31 juli 2008 van dit bedrag een aantal schuldeisers voldaan, waaronder voornamelijk de adviserende advocaat mr. Stekelenburg, accountant Z en adviseur C. Het restant van € 5.700,00 is door de accountant aan M teruggestort.
8. In augustus 2008 heeft M in totaal € 26.000,00 betaald op de huurschuld aan zijn vader, die volgens opgave van M € 34.850,00 exclusief BTW beliep, maar die blijkens de jaarstukken 2007 op dat moment € 11.975,00 bedroeg. Uit de door M op 3 december 2008 overgelegde stukken blijkt dat dit laatste bedrag tot stand is gekomen door op de destijds bestaande huurschuld van € 26.000,00 een bedrag van € 15.000,00 in mindering te brengen wegens een door de verhuurder bedongen pandrecht op een aan M toebehorende machine (Docucolor 2), die destijds een waarde van € 15.000,00 vertegenwoordigde maar die in het taxatierapport van Lubbers Taxaties op een bedrag van € 900,00 is getaxeerd.