ECLI:NL:RBALM:2009:BH1279
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Onredelijk bezwarend annuleringsbeding in studieovereenkomst bij Hogeschool TIO
Eiser schreef zich in januari 2007 in voor een opleiding bij Hogeschool TIO en tekende een aanmeldingsformulier met algemene voorwaarden waarin een annuleringsbeding was opgenomen. Na het zakken voor haar havo-examen en het niet tijdig kunnen starten van de opleiding, zegde eiser de studieovereenkomst op via aangetekende brief. Hogeschool TIO bracht haar een bedrag van €4.205,00 in rekening op grond van het annuleringsbeding.
Eiser stelde dat het annuleringsbeding onredelijk bezwarend was, omdat het een eenzijdige opzegtermijn van drie maanden voorschreef en zij niet in verzuim was. Hogeschool TIO betwistte dit en stelde dat het beding gebruikelijk is en dat zij verlies leed door het niet doorgaan van de studie. De rechtbank oordeelde dat het beding op grond van artikel 6:237 BW Pro vermoed onredelijk bezwarend is omdat eiser niet tekortgeschoten was en Hogeschool TIO onvoldoende had onderbouwd dat zij daadwerkelijk verlies had geleden.
De rechtbank vernietigde het beding en verklaarde dat eiser geen betalingsverplichting meer had. De vordering van Hogeschool TIO tot betaling werd afgewezen. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter M.H. van Rhijn en op 27 januari 2009 uitgesproken.
Uitkomst: Het annuleringsbeding wordt vernietigd en eiser heeft geen betalingsverplichting meer jegens Hogeschool TIO.