ECLI:NL:RBALM:2009:BH3849
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing intrekking erkenning APK-keuringsplaats wegens onevenredige sanctie en beleidskritiek
Verzoeker, een APK-keuringsbedrijf, kreeg op 22 september 2008 de erkenning voor het uitvoeren van periodieke keuringen ingetrokken door de Dienst Wegverkeer vanwege het ontbreken van een doelmatige hefinrichting en onvoldoende medewerking aan een steekproef. Verzoeker betwistte de intrekking en stelde dat het voertuig veilig op de hefinrichting stond en dat de sanctie te zwaar was, mede omdat hij het bedrijf had overgenomen en eerdere overtredingen niet aan hem toegerekend konden worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beleidsregel van de Dienst Wegverkeer een nadere invulling geeft aan het begrip doelmatige hefinrichting, waarbij het ontbreken van een afrijdbeveiliging terecht als ontoereikend werd aangemerkt. Het steekproefcontrolerapport, mede ondertekend door verzoeker, bevestigde dat het voertuig niet op de hefinrichting paste zonder demontage van de afrijdbeveiliging.
Echter, de rechter vond het beleid omtrent het optellen van overtredingen die in elkaars verlengde liggen onvoldoende onderbouwd en onevenredig, omdat dit leidde tot een intrekking voor onbepaalde tijd terwijl bij afzonderlijke overtredingen een kortere intrekking passend zou zijn geweest. De systematiek van meervoudige overtredingen werd als te weinig onderscheidend beoordeeld.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit van 14 januari 2009 geschorst. Tevens werd de Dienst Wegverkeer veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is definitief en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de APK-erkenning is geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van meervoudige overtredingen en onevenredigheid van de sanctie.