ECLI:NL:RBALM:2009:BH9186
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst woonachtig in Duitsland
Maser Engineering B.V. verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar secretaresse die in Duitsland woont. De werknemer was in dienst sinds 1 april 2007 en woonachtig te Ahaus-Ottenstein, Duitsland. Maser Engineering wilde de procedure bij de Nederlandse kantonrechter voeren, maar stuitte op de belemmering van artikel 20 lid 1 van Pro de EEX-Verordening, die bepaalt dat de rechter van de woonplaats bevoegd is.
Om deze hindernis te omzeilen, schortte Maser Engineering de loonbetalingen op zodat de werknemer een kort geding bij de kantonrechter zou starten. Maser Engineering stelde dat het ontbindingsverzoek als tegenvordering in dezelfde procedure kon worden behandeld conform artikel 20 lid 2 EEX Pro-Vo. De werknemer stelde dat dit misbruik van procesrecht was en dat de Nederlandse kantonrechter niet bevoegd was.
De kantonrechter volgde de redenering van Maser Engineering niet en oordeelde dat het kort geding en het ontbindingsverzoek verschillende procedures zijn. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het ontbindingsverzoek en wees het verzoek af. Maser Engineering werd veroordeeld in de proceskosten. Een inhoudelijke beoordeling van het ontbindingsverzoek werd niet gegeven omdat dit voorbehouden is aan de bevoegde rechter.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het ontbindingsverzoek en veroordeelt Maser Engineering in de proceskosten.