ECLI:NL:RBALM:2009:BH9187
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering en hervatting tweede spoor reïntegratietraject
Eiser, woonachtig in Duitsland, vordert in kort geding tegen Maser Engineering B.V. betaling van achterstallig loon over februari 2009, hervatting van het reïntegratietraject en vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De werkgever had de loonbetalingsverplichting opgeschort met de bedoeling de werknemer een kort geding te laten starten, zodat een ontbindingsverzoek op grond van artikel 7:685 BW Pro bij de kantonrechter kon worden ingediend, waarbij de bevoegdheid volgens artikel 20 lid 1 van Pro de EEX-Verordening een obstakel vormde.
De kantonrechter acht de loonvordering toewijsbaar en veroordeelt Maser Engineering tot betaling van het loon met wettelijke verhoging en rente. Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld het tweede spoor van het reïntegratietraject binnen tien dagen te hervatten, onder verbeurte van een dwangsom van €100 per dag tot een maximum van €10.000. De buitengerechtelijke kosten en proceskosten worden eveneens aan eiser toegewezen.
De kantonrechter gaat niet in op de bevoegdheidsperikelen rondom het ontbindingsverzoek, maar benadrukt dat het opschorten van loon door de werkgever niet is toegestaan zonder betaling van de sanctie ex artikel 7:625 BW Pro. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon over februari 2009 en hervatting van het tweede spoor in het reïntegratietraject met dwangsom bij niet-naleving.