ECLI:NL:RBALM:2009:BI0939
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs causaal verband tussen mishandeling en overlijden slachtoffer
De rechtbank Almelo behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van doodslag en subsidiair zware mishandeling met de dood tot gevolg van het slachtoffer. De tenlastelegging betrof geweldshandelingen waarbij het slachtoffer herhaaldelijk met het hoofd op de grond zou zijn geslagen en mishandeld, met als gevolg een hersenvliesbloeding die tot zijn overlijden zou hebben geleid.
De officier van justitie stelde dat het letsel door verdachte was toegebracht en dat zij onvoldoende hulp had geboden, wat de dood van het slachtoffer tot gevolg had. De verdediging voerde aan dat het slachtoffer mogelijk al een bestaand subduraal hematoom had en dat het overlijden een natuurlijke dood was, zonder dat verdachte opzet had op de dood.
Deskundigen konden niet exact bepalen wanneer het fatale letsel was toegebracht; de letseldatering gaf een tijdsbestek van enkele uren tot een dag voor overlijden. Hierdoor kon het causale verband tussen het handelen van verdachte en het overlijden niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak om verdachte te veroordelen voor de tenlastegelegde feiten en sprak haar vrij. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het causale verband tussen mishandeling en overlijden.