ECLI:NL:RBALM:2009:BK6983
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.A. van Hoof
- H. Bloebaum
- B.T.C. Jordaans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens ontoelaatbaar contactverbod
Veroordeelde werd op 20 mei 2009 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder algemene en bijzondere voorwaarden, waaronder een contactverbod met het slachtoffer en een meldingsgebod aan de reclassering. Het Openbaar Ministerie vorderde herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens overtreding van deze voorwaarden.
Tijdens de zitting op 4 december 2009 stelde de verdediging dat het contactverbod praktisch onuitvoerbaar was vanwege de gezamenlijke kinderen en het belang van contact over hun welzijn. De reclasseringsmedewerker bevestigde dat veroordeelde afspraken niet altijd nakwam, maar dat hij wel belang hechtte aan contact met het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat het meldingsgebod weliswaar was overtreden, maar dat dit niet tot herroeping mocht leiden omdat veroordeelde schriftelijk was gewaarschuwd en de overtredingen hersteld had. Het contactverbod werd als onrechtmatig en disproportioneel beoordeeld, mede omdat het contact tussen veroordeelde en het slachtoffer op initiatief van laatstgenoemde plaatsvond en het verbod onvoldoende rekening hield met de belangen van de kinderen.
De rechtbank concludeerde dat het contactverbod buiten toepassing moest blijven en dat de overtreding daarvan geen grond voor herroeping bood. De vordering van het Openbaar Ministerie werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af wegens onrechtmatigheid van het contactverbod en onvoldoende grond voor herroeping wegens overtreding van het meldingsgebod.