ECLI:NL:RBALM:2010:BL8311
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Moes
- Rechtspraak.nl
Ontbinding van vennootschap onder firma door uittreding en handelsregisteruitschrijving
Partijen richtten op 26 april 2007 een vennootschap onder firma (v.o.f.) op. Verzoeker W. trad per 23 maart 2009 uit als vennoot, wat volgens hem leidde tot ontbinding van de v.o.f. en vereffening. Belanghebbende D. schreef zijn zoon op 30 maart 2009 in als vennoot, ondanks het ontbreken van instemming van W. met voortzetting van de handelsnaam.
De rechtbank onderzocht of de uitschrijving van W. uit het handelsregister als opzegging in de zin van de wet kon worden beschouwd en of de v.o.f. daardoor van rechtswege was ontbonden. De rechtbank oordeelde dat de uittreding pas als opzegging geldt vanaf het moment dat D. hiervan op de hoogte was, wat uiterlijk 30 maart 2009 was. Daarmee was de v.o.f. ontbonden.
D. voerde verweer tegen het verzoek tot verklaring voor recht en benoeming van een vereffenaar, onder meer dat een dergelijke verklaring alleen in een dagvaardingsprocedure kan worden gegeven en dat partijen eerst zelf tot vereffening moeten komen. De rechtbank oordeelde dat een verklaring voor recht in een verzoekschriftprocedure mogelijk is en dat W. voldoende belang had bij de ontbinding. Het verzoek tot benoeming van een vereffenaar werd afgewezen omdat partijen niet gezamenlijk tot vereffening konden komen en D. niet wenste mee te werken.
De rechtbank compenseerde de proceskosten zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt en wees het overige verzoek af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vennootschap onder firma ontbonden per 30 maart 2009 en wijst het verzoek tot benoeming van een vereffenaar af.