ECLI:NL:RBALM:2010:BL9357

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
28 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
106797 / HA ZA 09-1204
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Margadant
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 lid 1 Verordening (EG) nr. 1896/2006Art. 5 EEX-verordening (Verordening (EG) 44/2001)Art. 4 lid 2 EVO-verdragArt. 69 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 6 Uitvoeringswet verordening Europese betalingsbevelprocedure
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting Europees betalingsbevel en procedurele gebreken in betekening

Eiseres, een vennootschap onder firma gevestigd te Rijssen, verzocht op 26 maart 2009 om afgifte van een Europees betalingsbevel tegen gedaagde, wonende in Duitsland. De rechtbank wees het betalingsbevel op 22 juli 2009 toe, waarna het aan gedaagde werd toegezonden met een betalingsverplichting van €24.016,88 inclusief rente en kosten. Gedaagde voerde op 13 oktober 2009 verweer, waarmee de betalingsbevelprocedure eindigde en de zaak werd verwezen naar de gewone burgerlijke procedure bij rechtbank Almelo.

De rechtbank oordeelde dat Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst, omdat de kenmerkende prestatie van eiseres is. Er was echter onduidelijkheid over de betekening van de beschikking van 29 oktober 2009 aan gedaagde, mede omdat deze niet in de Duitse taal was gesteld. Tevens ontbrak het aan een correcte aanzegging van de roldatum aan gedaagde volgens artikel 69 lid 3 Rv Pro. Daarnaast was de vordering van eiseres niet duidelijk doordat formulier A ontbrak.

De rechtbank droeg eiseres op haar vorderingen te verduidelijken en stelde een nieuwe roldatum vast, waarbij eiseres verplicht werd deze datum en de beschikking in de juiste taal aan gedaagde aan te zeggen. De verdere beslissing werd aangehouden.

Uitkomst: Eiseres moet haar vorderingen verduidelijken en de nieuwe roldatum correct aan gedaagde aanzeggen; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector civiel recht
zaaknummer: 106797 / HA ZA 09-1204
datum vonnis: 3 februari 2010 (jm)
Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:
1. de vennootschap onder firma
R2 Handel V.O.F.,
gevestigd te Rijssen,
eiseres,
verder te noemen eiseres,
advocaat: mr. L.D. van Meggelen te Rijssen,
tegen
[Gedaagde],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
gedaagde,
verder te noemen gedaagde,
niet verschenen.
Het procesverloop
De zaak is bij beschikking van 29 oktober 2009 van rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats ’s-Gravenhage, verwezen naar de rol van 16 december 2009. De inhoud van die beschikking dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Eiseres heeft op 16 december 2009 een akte houdende nadere toelichting vordering en een akte overlegging (nieuwe) producties en processtukken EBB-procedure in het geding gebracht. Op de rolzitting van
16 december 2009 is gedaagde niet verschenen. Vervolgens heeft eiseres vonnis verzocht.
De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing
1. Eiseres heeft op 26 maart 2009 een verzoek ingediend tot afgifte van een Europees betalingsbevel. Op 22 juli 2009 heeft de rechtbank het verzoek toegewezen, waarna het betalingbevel aan gedaagde is toegezonden. Hierin staat vermeld dat gedaagde aan eiseres dient te betalen een bedrag inclusief rente (€651,88) en kosten (€1.695,00) ad
€ 24.016,88. Op 13 oktober 2009 heeft gedaagde tegen het uitgevaardigde betalingsbevel verweer gevoerd. Hiermee is de betalingsbevelprocedure geëindigd en overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 lid 1 van Pro de Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, is de zaak verwezen naar het bevoegde gerecht van de lidstaat van oorsprong om volgens de regels van het gewone burgerlijk procesrecht te worden voortgezet.
2. Partijen zijn gevestigd op het grondgebied van verschillende staten, waardoor deze zaak een internationaal karakter draagt. In het onderhavige geschil gaat het over de koop en verkoop van roerende zaken die aan gedaagde geleverd zijn op het adres van eiseres, te weten te Rijssen. Op grond van het bepaalde in artikel 5 van Pro de (EG) Verordening 44/2001 betreffende de rechtelijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-verordening) acht de rechtbank zich derhalve bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen.
3. Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht van toepassing is.
Nu een rechtskeuze achterwege is gebleven dient bij de vaststelling van het op de overeenkomst toepasselijk recht aansluiting te worden gezocht bij artikel 4 van Pro het
EVO-verdrag. Toepassing van artikel 4 lid 2 EVO Pro brengt met zich mee dat nu de kenmerkende prestatie van de overeenkomst van partijen die van eiseres is (het verkopen en leveren van goederen), de overeenkomst wordt beheerst door Nederlands recht.
4. Niet gebleken is dat de beschikking van de rechtbank Almelo nevenzittingsplaats
’s-Gravenhage van 29 oktober 2009 in de juiste taal ook gedaagde heeft bereikt. Bij de stukken bevindt zich een brief van gedaagde d.d. 23 november 2009 waarin hij schrijft dat het door hem ontvangen schrijven hem niet duidelijk is, omdat dat in de Nederlandse taal is opgesteld. Uit de stukken blijkt niet of genoemde beschikking vervolgens in de Duitse taal aan gedaagde is verzonden. In lid 1 van artikel 6 van Pro de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) Nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van
12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (hierna Uitvoeringswet verordening Europese betalingsbevelprocedure) staat vermeld dat op de voortzetting van een procedure na indiening van een verweerschrift artikel 69 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing is. In lid 3 van genoemd artikel is geregeld dat indien nog geen oproeping van verweerder heeft plaatsgevonden de roldatum door eiseres bij exploot aan de verweerder dient te worden aangezegd. Niet is gebleken dat eiseres hieraan heeft voldaan. De rechtbank zal een nieuwe roldatum bepalen en eiseres bevelen deze datum aan gedaagde aan te zeggen met inachtneming van de wettelijke vereisen voor betekening en met betekening van de beschikking van de rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats ’s-Gravenhage, van
29 oktober 2009 in de juiste taal aan gedaagde.
5. De rechtbank beschikt niet over formulier A (artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure), zodat de vorderingen van eiseres de rechtbank niet (geheel) duidelijk zijn. De rechtbank zal eiseres opdragen haar vorderingen te verduidelijken.
De beslissing
De rechtbank:
I. Draagt eiseres op om haar vorderingen te verduidelijken.
II. Verwijst de zaak naar de rolzitting van 31 maart 2010 en beveelt eiseres om deze roldatum aan gedaagde bij exploot aan te zeggen, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke vereisten en met betekening van de beschikking van de rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats ’s-Gravenhage, van 29 oktober 2009 in de juiste taal aan gedaagde.
III. Houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Margadant en op 3 februari 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.