ECLI:NL:RBALM:2010:BL9833
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming vaststellingsovereenkomst na ontbinding
Partijen hadden een geschil over een huurovereenkomst dat zij in der minne hadden geregeld in een vaststellingsovereenkomst van 31 augustus 2009. Waterbeek was verplicht tot betaling in drie termijnen, waarvan de eerste na vertraging deels was voldaan, maar de tweede en derde termijn niet. Steigerstad sommeerede Waterbeek op 15 december 2009 tot betaling met de mededeling dat bij uitblijven van betaling de vaststellingsovereenkomst ontbonden zou zijn.
Waterbeek betwistte de vordering en stelde dat de overeenkomst ontbonden was, waardoor de grondslag van de vordering tot nakoming was komen te vervallen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de ontbinding rechtsgeldig was op grond van de algemene ontbindingsregels van het BW en niet alleen door de rechter kon worden uitgesproken.
Gelet op de ontbinding was de oorspronkelijke vordering onvoldoende bepaalbaar en onvoldoende aannemelijk om toewijzing in kort geding te rechtvaardigen. Daarom wees de rechtbank de vorderingen van Steigerstad af en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst wordt afgewezen wegens ontbinding van de overeenkomst.