ECLI:NL:RBALM:2010:BM1654

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
24 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
104733 / HA ZA 09-905
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 EEX-VerordeningArt. 20 EEX-VerordeningArt. 22 EEX-VerordeningArt. 25 EEX-Verordening
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid rechtbank en vordering tot schadevergoeding en ontbinding overeenkomst in civiele zaak

Panalytical B.V. vordert dat het eerdere vonnis van de rechtbank Almelo tegen gedaagde geldt en dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding. Subsidiair vordert Panalytical ontbinding van de overeenkomst en betaling van bedragen. Gedaagde stelt dat de rechtbank onbevoegd is op grond van artikel 27 EEX Pro-Verordening vanwege een Duitse procedure die dezelfde kwestie betreft.

De rechtbank overweegt dat de Duitse procedure definitief is afgesloten en dat er geen gelijktijdige procedures meer lopen in verschillende lidstaten, waardoor artikel 27 EEX Pro-Verordening niet van toepassing is. De Duitse rechter heeft alleen beslist over executoriaal derdenbeslag, niet over de hoofdvordering. Daarom verklaart de rechtbank zich bevoegd en wijst de incidentele vordering van gedaagde af.

De rechtbank veroordeelt gedaagde in de proceskosten en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door rechter M.M. Verhoeven op 24 maart 2010.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd, wijst de incidentele vordering van gedaagde af en verwijst de hoofdzaak naar de rol.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector civiel recht
zaaknummer: 104733 / HA ZA 09-905
datum vonnis: 24 maart 2010 (gww)
Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PANalytical B.V.,
gevestigd te Almelo,
eiseres in de hoofdzaak,
incidenteel verweerster,
verder te noemen Panalytical,
advocaat: mr. Ph.C. Kleyn van Willigen te Almelo,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats]
gedaagde in de hoofdzaak,
incidenteel eiser,
verder te noemen [gedaagde],
advocaat: mr. R. Kroon te Enschede.
Het procesverloop
In de hoofdzaak en in het incident
Panalytical heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.
[gedaagde] heeft bij incidentele conclusie de onbevoegdheid van de rechtbank ingeroepen.
Panalytical heeft geantwoord op de exceptie van onbevoegdheid en geconcludeerd tot afwijzing.
Op 22 december 2009 is namens Panalytical een brief ingekomen.
Op 22 december 2009 is namens [gedaagde] een uitstelverzoek met bijlagen ingekomen.
Panalytical heeft op 20 januari 2010 een akte uitlating producties, tevens wijziging van eis in het incident genomen.
Bij akte van 24 februari 2010 heeft [gedaagde] hierop gereageerd.
Vervolgens hebben partijen vonnis gevraagd in het incident.
De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing
In de hoofdzaak
1. Bij dagvaarding vordert Panalytical primair te verklaren dat het vonnis van deze rechtbank van 12 september 2007 heeft te gelden tegen [gedaagde], alsmede [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding, begroot op € 1.475.619,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.
Subsidiair vordert Panalytical de overeenkomst tussen partijen van 23 september 2003 tegen de vroegst mogelijke datum te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 436.919,00 en € 1.038.700,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en te voldoen binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis. Tenslotte vordert Panalytical veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
2. Panalytical stelt daartoe dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van contractuele verplichtingen bij de levering van een buizentransportsysteem aan Panalytical. De tekortkomingen aan de zijde van [gedaagde] hebben geleid tot grote schade bij Panalytical.
[gedaagde] is reeds eerder veroordeeld tot schadevergoeding voor bovengenoemde verplichtingen en reeds eerder heeft de rechtbank Almelo de overeenkomst met [gedaagde] ontbonden. Destijds was de dagvaarding tegen [gedaagde] te naam gesteld als zijnde tegen [gedaagde]GmbH, een niet bestaande vennootschap.
In het incident
3. De exceptie van onbevoegdheid is tijdig en op de juiste wijze voorgesteld.
4. [gedaagde] stelt na wijziging van eis over de onbevoegdheid van deze rechtbank het navolgende. Het Duitse Bundesgerichtshof heeft in een procedure tussen partijen geweigerd verlof te verlenen voor het leggen van executoriaal derdenbeslag ten laste van [gedaagde] in privé, zulks ter uitvoering van het verstekvonnis van de rechtbank Almelo tegen de niet bestaande GmbH van [gedaagde].
Nu in de procedure waarin hetzelfde onderwerp en dezelfde oorzaak het eerst is aangebracht, inmiddels door een gerecht in een andere lidstaat een beslissing is gegeven, dient de rechtbank Almelo zich volgens [gedaagde] op grond van het bepaalde in artikel 27 van Pro de EEX-verordening onbevoegd te verklaren. Uit de uitspraak van het Bundesgerichtshof blijkt dat de rechtbank Almelo geen bevoegdheid toekomt met betrekking tot in elk geval het primair door Panalytical gevorderde. Het betreft een vraag van Duits executierecht die uitsluitend door de Duitse executierechter kan worden beantwoord, namelijk de vraag of het verstekvonnis van de rechtbank Almelo tegen de niet bestaande GmbH heeft te gelden jegens [gedaagde]. Die exclusieve bevoegdheid vloeit voort uit artikel 20 EET Pro-verordening en artikel 22 juncto Pro 25 EEX-verordening.
5. Panalytical voert verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering. Volgens Panalytical verklaart zich geen enkele Duitse rechter bevoegd voor haar primaire vordering. Ook is het uitgesloten dat de Duitse rechter zich nog over het (primair) gevorderde zal buigen en/of onbevoegd verklaren. Alle procedures in Duitsland zijn, tot in de hoogste instantie, ten einde. Artikel 27 lid 2 EEX Pro-verordening staat er niet aan in de weg dat in de hoofdzaak een oordeel kan worden geveld, met inbegrip van het primair gevorderde.
6. De rechtbank overweegt als volgt. Voor de toepassing van artikel 27 EEX Pro-verordening, waarop [gedaagde] zich beroept, is noodzakelijk dat er voor gerechten van verschillende lidstaten vorderingen aanhangig zijn tussen dezelfde partijen. Dat is thans niet langer het geval, nu het Bundesgerichtshof in Duitsland als hoogste rechterlijke instantie inmiddels een uitspraak heeft gedaan over de vraag of Panalytical executoriaal derdenbeslag ten laste van [gedaagde] privé mocht leggen ten aanzien van een titel die zij in Nederland had verkregen jegens een – naar later bleek – niet bestaande Duitse vennootschap. Daarmee is die procedure definitief ten einde gekomen en zijn er thans geen twee procedures aanhangig in twee verschillende lidstaten.
Artikel 27 EEX Pro-verordening kan daarom in het onderhavige geval geen toepassing vinden en de rechtbank kan en zal zich op die grond dan ook niet onbevoegd verklaren van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen.
Bovendien heeft de Duitse procedure slechts betrekking gehad op het leggen van executoriaal derdenbeslag ten laste van [gedaagde] in privé. De vraag of dat op basis van het Nederlandse vonnis mogelijk zou zijn, heeft de Duitse rechter definitief ontkennend beantwoord. Dat staat er echter niet aan in de weg om bij de rechter die het eerste verstekvonnis heeft gewezen te vorderen dat het vonnis ook heeft te gelden tegen de – in de ogen van Panalytical – juiste procespartij. De vraag of die vordering kan en zal worden toegewezen, behoeft in dit incident niet te worden beantwoord.
7 [gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding te worden veroordeeld.
In de hoofdzaak
8. Gelet op hetgeen is overwogen in het incident zal de rechtbank de hoofdzaak verwijzen naar de rol.
De beslissing
In het incident
De rechtbank:
I. wijst de vordering van [gedaagde] af.
II. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Panalytical begroot op € 452,00 aan salaris van de advocaat.
In de hoofdzaak
De rechtbank:
III. verwijst de zaak naar de rol van woensdag 21 april 2010 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde].
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven en op 24 maart 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.