ECLI:NL:RBALM:2010:BM5237
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit ziekengeld wegens overschrijding redelijke termijn en schadevergoeding
Eiser was van 1994 tot 1996 werkzaam bij de Penitentiaire Inrichtingen te Almelo en kreeg ziekengeld uitbetaald. Verweerder vorderde in 1996 een bedrag van bruto f. 84.073,96 terug wegens onverschuldigde betaling over de periode 19 september tot en met 31 december 1996. Eiser maakte bezwaar en startte een beroepsprocedure die ruim 12 jaar duurde.
De rechtbank beoordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro met bijna 12 jaar was overschreden. De langdurige procedure was niet gerechtvaardigd door de complexiteit van de zaak of pogingen tot fiscale afstemming. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van €12.000 wegens de overschrijding.
De rechtbank oordeelde tevens dat de terugvordering van het bruto bedrag gerechtvaardigd was, omdat eiser wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat hij teveel had ontvangen. De termijn om het bedrag netto terug te betalen was kort, maar voldoende gezien de mogelijkheden van bankieren destijds. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van €12.000 immateriële schade.