ECLI:NL:RBALM:2010:BM6216
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-goedertrouw handelen
Verzoekers, gehuwd in gemeenschap van goederen met twee minderjarige kinderen, hebben aanzienlijke consumptieve kredieten afgesloten bij ABN AMRO en Santander Consumer Finance. Deze kredieten werden onder meer gebruikt voor recreatieve doeleinden met hun kinderen. Ondanks hun huidige inzet en begeleiding, oordeelt de rechtbank dat zij niet te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan en het onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank constateert dat verzoekers in ernstige mate boven hun stand leefden en grote bedragen leenden terwijl duidelijk was dat zij niet aan hun financiële verplichtingen konden voldoen. Hoewel verzoekers een positieve ommekeer hebben gemaakt en begeleiding ontvangen, is er geen sprake van omstandigheden zoals psychosociale problemen of verslavingsproblematiek die artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro vereist.
Omdat nog geen vijf jaar zijn verstreken sinds het ontstaan van de schulden, wijst de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro. Verzoekers wordt gewezen op de mogelijkheid om in de toekomst een nieuw verzoek in te dienen. Het vonnis is uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Almelo op 26 januari 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goed vertrouwen bij het ontstaan van de schulden.