ECLI:NL:RBALM:2010:BM8532
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing derdenbeslag wegens onvoldoende aannemelijkheid woonplaats Nederland
Eiser vordert in kort geding de opheffing van derdenbeslag dat Marmel Holding B.V. heeft gelegd op zijn AOW-uitkering bij de Sociale Verzekeringsbank, met ingang van 30 september 2008 dan wel 23 december 2009, omdat hij stelt dat hij sinds die data in Nederland woont en recht heeft op een beslagvrije voet. Marmel voert verweer en betwist de woonplaats van eiser in Nederland en de geloofwaardigheid van de overgelegde stukken.
De voorzieningenrechter overweegt dat inschrijvingen in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) slechts indicatief zijn en geen doorslaggevend bewijs vormen voor de woonplaats. Eiser heeft onvoldoende nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die het eerdere arrest van het gerechtshof Arnhem van 20 oktober 2009, waarin zijn woonplaats in Nederland niet werd aangenomen, kunnen wijzigen. Daarnaast is het postadres in Nederland niet overtuigend als bewijs van daadwerkelijke woonplaats, mede gezien het gebruik van een Belgisch e-mailadres voor correspondentie.
Ook de door eiser overgelegde huurafspraak is niet overtuigend, mede door de lage huurprijs en het ontbreken van ondertekening door de verhuurder. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij geen andere middelen van bestaan heeft dan zijn AOW-uitkering en een klein Belgisch pensioen. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het derdenbeslag wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van woonplaats in Nederland.