ECLI:NL:RBALM:2010:BM9521
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing dwangsom en executoriaal beslag gemeente Hof van Twente
Eisers, woonachtig in Duitsland, werden door de gemeente Hof van Twente gelast de permanente bewoning van hun woning te staken, met oplegging van een dwangsom. Na afwijzing van bezwaar en beroep tegen dit besluit, vaardigde de gemeente een dwangbevel uit en legde executoriaal beslag op bankrekeningen van eisers.
Eisers stelden dat het dwangbevel onrechtmatig openbaar was betekend terwijl de gemeente hun Duitse adres kende, en dat het beslag onrechtmatig en vexatoir was vanwege de vroege beslaglegging binnen de verzetstermijn. Zij vorderden opheffing van het beslag en dwangsom, en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat de gemeente op de dag van betekening van het dwangbevel hun verblijfplaats kende, waardoor de betekening rechtsgeldig was. Ook was de beslaglegging binnen de verzetstermijn niet in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur of artikel 3:13 BW Pro, omdat een dwangbevel een executoriale titel is. De verzetdagvaarding was na beslaglegging betekend en schortte de executie niet op. De vorderingen werden afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eisers tot opheffing van het dwangsombeslag worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.