ECLI:NL:RBALM:2010:BN2793
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering maandelijkse betaling obligatielening wegens ontbreken overeenkomst
Eiser en zijn echtgenote sloten in juli 2007 een overeenkomst met Vastgoed Solide Maatschappij B.V. (VSM) voor de aankoop van winstdelende obligaties. Op het inschrijvingsformulier was een maandelijkse onttrekking van €1.600 ingevuld, en tot januari 2010 ontving eiser dit bedrag maandelijks. Daarna stopte de betaling. Eiser stelde dat deze maandelijkse betaling was overeengekomen en vorderde via kort geding betaling van €25.000.
VSM stelde dat de maandelijkse betaling geen recht was, maar een verzoek tot vervroegde aflossing dat VSM niet verplicht was te honoreren, zoals in het prospectus vermeld stond. Ook betwistte VSM dat eiser alleen obligatiehouder was. De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser ontvankelijk was, maar dat uit de stukken niet bleek dat een recht op maandelijkse betaling was overeengekomen.
De voorzieningenrechter verwierp het verweer van eiser dat hij recht had op de maandelijkse betaling en wees de vordering af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat de voorwaarden uit het prospectus en de bevestigingsbrief bepalend zijn en dat een verzoek tot aflossing een gunst is, geen recht.
Uitkomst: De vordering tot betaling van €25.000 wegens maandelijkse onttrekking uit obligatielening wordt afgewezen.