ECLI:NL:RBALM:2010:BN3536
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onverplichte huurovereenkomst vlak voor faillissement en faillissementspauliana
De zaak betreft een geschil tussen de curator van een failliete besloten vennootschap en ABN AMRO Bank over de rechtsgeldigheid van een huurovereenkomst die vlak voor het faillissement werd gesloten. De curator stelt dat deze huurovereenkomst een onverplichte rechtshandeling is die de gezamenlijke crediteuren benadeelt en beroept zich op de faillissementspauliana om de overeenkomst te vernietigen.
ABN AMRO verdedigt de huurovereenkomst als een geoorloofde bodemverhuurconstructie die noodzakelijk was om verpande zaken in vuistpand te nemen en stelt dat er geen sprake is van benadeling of onrechtmatig handelen. De kantonrechter oordeelt dat er geen contractuele of wettelijke verplichting bestond tot het aangaan van de huurovereenkomst en dat deze daarom onverplicht is.
De kantonrechter wijst erop dat het begrip 'overbrengen in de macht van de bank' niet gelijk staat aan het aangaan van een huurovereenkomst en dat de eisen van redelijkheid en billijkheid niet zo ver gaan dat een pandgever verplicht is tot dergelijke rechtshandelingen. Voor de beoordeling van benadeling van crediteuren zijn nadere feiten nodig, waarop partijen worden uitgenodigd om aanvullende informatie te verstrekken.
De zaak wordt aangehouden en het tussenvonnis is vatbaar voor hoger beroep. De beslissing is genomen door kantonrechter M.M. Verhoeven op 13 juli 2010 te Almelo.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de huurovereenkomst een onverplichte rechtshandeling is en houdt verdere beslissing aan voor nadere inlichtingen.