ECLI:NL:RBALM:2010:BN3874
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bloebaum
- M.A.H. Heijink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ontuchtzaken, veroordeling bezit kinderpornografie
De rechtbank Almelo behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers en bezit van kinderpornografisch materiaal. Voor de ontuchtige feiten was vereist dat de slachtoffers aan een gebrekkige geestelijke ontwikkeling of ziekelijke stoornis leden waardoor zij niet in staat waren hun wil te bepalen of weerstand te bieden. De rechtbank vond dit niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van deze feiten.
De rechtbank oordeelde ook dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte het slachtoffer door geweld of feitelijkheden had gedwongen tot ontucht. De verklaringen en het psychologisch onderzoek toonden weliswaar een laag IQ bij de slachtoffers, maar dit was onvoldoende om aan te nemen dat zij niet wilsbekwaam waren.
Voor het bezit van kinderpornografie vond de rechtbank wel voldoende bewijs. Op de computer van verdachte werden honderden bestanden met seksuele gedragingen van minderjarigen aangetroffen. Verdachte kon niet aannemelijk maken dat deze bestanden per ongeluk waren binnengekomen of al op tweedehands apparatuur stonden. De rechtbank stelde vast dat verdachte ten minste voorwaardelijk opzet had op het bezit van deze bestanden.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 9 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De inbeslaggenomen gegevensdragers werden onttrokken aan het verkeer. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken van de ontuchtige feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van ontucht, maar veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk voor bezit van kinderpornografie.