ECLI:NL:RBALM:2010:BN4510
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet van toepassing van non-concurrentiebeding op crediteurenrelaties bij marktverdeling na splitsing
Partijen, die samen een onderneming dreven in het uitzenden en detacheren van personeel in bouw, schoonmaak en techniek, hebben na ongeveer een jaar besloten hun samenwerking te beëindigen en de onderneming te splitsen. In het kader hiervan sloten zij een intentieovereenkomst en een overeenkomst waarin een non-concurrentie- en relatiebeding was opgenomen, waarbij de bestaande debiteurenrelaties werden verdeeld.
TMB vorderde in kort geding een verbod voor JHW om zaken te onderhouden met de aan TMB toebedeelde relaties, waaronder de klant DIT Bouw & Techniek, en stelde dat JHW dit beding had overtreden door personeel in te lenen van DIT. JHW voerde verweer dat het beding niet zo moest worden uitgelegd dat het ook het inlenen van personeel van crediteuren omvatte, en dat er geen contractuele boete was verbeurd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beding primair bedoeld was om de eigen markt te beschermen door het voorkomen van het bedienen van elkaars debiteurenrelaties. Het beding geldt niet omgekeerd voor crediteurenrelaties, zoals het inlenen van personeel van DIT door JHW. De vorderingen van TMB werden daarom afgewezen en TMB werd veroordeeld in de proceskosten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een redelijke en contextuele interpretatie van non-concurrentie- en relatiebedingen, waarbij de feitelijke marktverdeling en de aard van de activiteiten van partijen bepalend zijn.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van TMB af en veroordeelt haar in de proceskosten.