ECLI:NL:RBALM:2010:BN4512
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing executoriaal beslag op onroerende zaak
De gemeente heeft op basis van een dwangbevel executoriaal beslag gelegd op de onroerende zaak van eiser en op diens bankrekeningen. Eiser stelde verzet in tegen het dwangbevel en vorderde in kort geding opheffing van het beslag op de onroerende zaak, stellende dat het beslag onrechtmatig was vanwege schorsende werking van het verzet en onrechtmatige overbetekening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beslag op de onroerende zaak als executiehandeling is voltooid met het opstellen van het proces-verbaal van inbeslagneming door de deurwaarder, en dat inschrijving in de openbare registers en betekening slechts bekendmaking betreffen en geen executiehandelingen zijn. Hierdoor staat de schorsende werking van het verzet niet in de weg aan deze handelingen.
Voorts was onvoldoende gesteld dat de betekening buiten de wettelijke termijn had plaatsgevonden. Ook oordeelde de rechter dat de gemeente belang had bij het beslag op de onroerende zaak, omdat het beslag op de bankrekeningen mogelijk wordt opgeheven in hoger beroep en daardoor onvoldoende zekerheid biedt.
Daarom werd de vordering van eiser tot opheffing van het beslag afgewezen en werd hij veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het executoriaal beslag op de onroerende zaak wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.