ECLI:NL:RBALM:2010:BN5579
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Ontslagbescherming werknemer vanwege voortbestaan ondernemingsraad afgewezen
Een werkgever verzocht de kantonrechter om toestemming te verlenen voor het ontslag van een werknemer die voormalig lid was van de ondernemingsraad. De werkgever stelde dat de ondernemingsraad per 1 januari 2010 feitelijk was opgeheven en dat de ontslagbescherming daarom niet meer van toepassing was.
De werknemer betwistte dit en voerde aan dat de ondernemingsraad nog steeds formeel bestaat, waardoor hij ontslagbescherming geniet op grond van artikel 7:670 lid 4 BW Pro. De kantonrechter onderzocht de feiten, waaronder brieven van de ondernemingsraad, vergaderverslagen en het instemmingsverzoek tot beëindiging van de ondernemingsraad.
De kantonrechter concludeerde dat de ondernemingsraad nog steeds formeel bestaat omdat er geen formeel besluit tot opheffing is genomen en de voorzitter op een latere datum nog steeds in functie was. Hierdoor is de ontslagbescherming van de werknemer van kracht. Het verzoek van de werkgever tot toestemming voor ontslag werd daarom afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot toestemming voor ontslag wordt afgewezen omdat de ondernemingsraad formeel nog bestaat en de werknemer ontslagbescherming geniet.