ECLI:NL:RBALM:2010:BN5855
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Koopmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir beslag in bestuurdersaansprakelijkheid faillissement
In deze kortgedingprocedure vordert eiser de opheffing van conservatoire beslagen die door curatoren zijn gelegd op onroerende zaken, een landhuis, kunstcollectie en inventaris. Deze beslagen zijn gelegd ter verzekering van verhaal van vorderingen wegens bestuurdersaansprakelijkheid in faillissementen, rekening-courantverhoudingen en huurdersinvesteringen.
Eiser betoogt dat de beslagen onredelijke druk uitoefenen, dat er sprake is van aanzienlijke overwaarde en dat het beslag de noodzakelijke investeringen voor herverhuur en financiering belemmert. Curatoren stellen dat hun vorderingen deugdelijk zijn, dat er geen sprake is van onbehoorlijke taakvervulling en dat de beslagen rechtmatig zijn gelegd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, maar dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vorderingen ondeugdelijk zijn. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van curatoren bij handhaving van het beslag zwaarder weegt dan het belang van eiser bij opheffing. De kans dat eiser zijn plannen met financiering en renovatie kan realiseren is gering, mede door de harde voorwaarden van de bank en het ontbreken van schikking.
Daarom wordt de vordering tot opheffing van het conservatoir beslag afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen.