ECLI:NL:RBALM:2010:BN6266
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bottenberg – van Ommeren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herplaatsing op de rol na definitieve schikking in civiele procedure
In deze civiele procedure tussen verzoeker en Machinefabriek BST werd op 5 februari 2010 een schikking getroffen waarbij partijen hun geschil definitief wilden beëindigen. De procedure werd daarop doorgehaald. Verzoeker verzocht later om herplaatsing van de zaak op de rol en voortzetting van de comparitie, omdat Machinefabriek BST de schikking niet zou naleven.
De rechtbank overweegt dat herplaatsing op de rol alleen mogelijk is indien het geschil niet definitief is beëindigd. Uit het proces-verbaal van de schikking blijkt dat partijen de bedoeling hadden het geschil definitief te beëindigen, zonder voorbehoud of opschortende voorwaarden. De schikkingsovereenkomst bevatte een duidelijke regeling over betaling van € 5.000,- na overleg van een VAR-verklaring of een verklaring van de Belastingdienst dat deze niet verstrekt kon worden.
De rechtbank stelt vast dat aan deze voorwaarde is voldaan, mede op basis van correspondentie met de Belastingdienst. Er is geen aanwijzing dat de Belastingdienst de werkzaamheden alsnog als loondienst zal aanmerken. De rechtbank concludeert dat de zaak definitief is beëindigd en wijst het verzoek tot herplaatsing af. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herplaatsing op de rol en voortzetting van de procedure wordt afgewezen omdat het geschil definitief is beëindigd door de schikking.