ECLI:NL:RBALM:2010:BN7246
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geschil tussen broers over voortzetting en gebruik agrarisch bedrijf tijdens verdeling
In deze zaak tussen twee broers, die samen een vennootschap onder firma bezitten met een agrarisch bedrijf en woonhuis, staat centraal wie het bedrijf mag runnen totdat de scheiding en deling van het gemeenschappelijk eigendom is afgerond.
De eerste procedure leidde tot een vonnis waarin de broer die het bedrijf beheert werd veroordeeld om de andere broer toegang te verlenen. Na escalatie volgde een nieuwe procedure waarin de voorzieningenrechter oordeelt dat de broer die het bedrijf beheert onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij het bedrijf naar behoren kan voortzetten. Diverse feiten, zoals het ontbreken van verantwoording van verkoopopbrengsten en nalatigheid in bedrijfsvoering, ondersteunen dit oordeel.
Daarnaast is de lichamelijke gesteldheid van de broer die het bedrijf beheert relevant, maar onvoldoende om hem het exclusieve gebruik te laten behouden. De voorzieningenrechter veroordeelt deze broer om de andere broer onbelemmerde toegang te verlenen, het woongedeelte binnen zes weken te ontruimen en een straatverbod te respecteren. De vorderingen van de andere broer in reconventie worden afgewezen. De kosten van de procedure worden aan de broer die in het ongelijk is gesteld opgelegd.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld om de eiser onbelemmerde toegang te verlenen tot het agrarisch bedrijf en het woongedeelte binnen zes weken te ontruimen met een straatverbod en dwangsommen.