ECLI:NL:RBALM:2010:BN9582
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opschorting executie alimentatiebeschikking wegens vermeende financiële noodsituatie
De zaak betreft een executiegeschil tussen ex-echtelieden waarbij de eiser verzocht heeft de executiemaatregelen van de alimentatiebeschikking op te schorten. De eiser voert aan onvoldoende draagkracht te hebben vanwege werkloosheid en een WW-uitkering, en stelt dat hij daardoor in financiële nood komt.
De rechtbank stelt vast dat de alimentatiebeschikking geen feitelijke of juridische misslag bevat en dat de eiser naast zijn WW-uitkering beschikt over een aanzienlijke ontslagvergoeding gestort in een Stamrecht B.V. Hoewel opname van die gelden voor het 65e levensjaar een boete met zich meebrengt, betekent dit niet dat hij niet over deze gelden kan beschikken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een noodsituatie die opschorting van de executie rechtvaardigt en dat de executant geen misbruik maakt van zijn bevoegdheid. De vorderingen van de eiser worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vorderingen tot opschorting van de executie van de alimentatiebeschikking worden afgewezen.